Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1913 - pagina 172

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1913 - pagina 172

2 minuten leestijd

158 FARRAGO

boven 't eene een kleurig beeld van Moeder Maria. Daar-

onder heel reine blanke lelies en aronskelken in een waas

van licht groen en over alles 't goudig licht van de

kaarsen. Maar het mooist was het groote altaar, achter in

de kerk, heel in een hof van bloemen, puur wit en zacht

rood. Anneke zag met groot-open oogen in een heilige

bewondering de zware, warmkleurige kleeden op de trappen,

en boven het altaar het groote kruis, waaraan Jesu hing

met zijn doornenkroon, zijn stille blikken vol lijden. Ze

dacht óver met veel kleine gedachtetjes wat moeder verteld

had van Jesu als hij nog een kindje was, van de heilige

moeder Maria en al de zilveren engeltjes in den nacht.

Met open mondje zat ze en vergat al de gebedekens. Toen

kwam de priester in een heel wit kleed en de koorknapen

sloegen een mooien mantel om zijn schouders. Anneke zag

hoe ze dikwijls knielden bij de trappen ; dan begon de

priester te zingen lange, vreemde klanken, die met een

weemoedige eentonigheid wegstierven in de hooge gewelven,

waar een even-geklaarde duisternis somberde. Ze schrikte

op uit 't peinzen en prevelde weer even uit haar gebeden-

boekje ; weldra echter, onder den invloed van 't al weer-

keerend gezang, ving ze weer aan te droomen. Haar blik

viel op de gekleurde ruitjes met veel roodglinsterende

beelden van heilige mannen en vrouwen, en ze dacht aan

buiten, aan hun tocht in den kouden nacht. Heel vroeg

waren ze gegaan, met hun zessen ; vader en de oudste

broer droegen de lantaarns en lichten voor op de smalle

paadjes, die de kortste weg waren. Maar 't was wel niet

noodig geweest, want de lucht was vol van fonkelende

sterrelichtjes, kleine gezichtjes van zilveren engeltjes, vond

ze. Ze had 't erg mooi gevonden, de vage, witte landen ;

maar bang was ze toch ook wel wat om het vreemd

gebaren wat verder van de duistere knotwilgen, die

stonden met knoestige grijparmen in een lange, spookachtige

rij langs den slootkant. —

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Studentenalmanak | 238 Pagina's

Studentenalmanak 1913 - pagina 172

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913

Studentenalmanak | 238 Pagina's