Studentenalmanak 1913 - pagina 200
GESCHEIDEN.
Ik zit hier eenzaam op een' bank van steen,
En monotoon ruischt boven 't hoofd de linde;
De stad hult zich in scheem'ring — daar beneên —
Als ware haar sluim'rend hoofd omkransd met winde . . .
De neev'len stijgen, op het weide-veld;
Nabij mij, fluiten en violen fluist'ren:
Wat hebt, gij stille stemmen, mij verteld,
Dat droeve tranen de oogen mij verduist'ren ? . . .
Zij wellen óp, alsof de ziele, blij.
Van diep-verborgen smarten zich bevrijdde;
En zulk een sterk verlangen foltert mij,
Dat ik ten-hemel uit mijn' armen spreide! . . .
Met geur en klanken en der starren licht , . .
Droomt daar een droom van vreugde in mijn ziel:
Ik weet niet, of h e t h i e r , of v e r d e r ligt;
D i t voel ik slechts, dat a l l e s van mij viel - . .
S.
Naar het Hgd. van Rud. Gottscliall.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Studentenalmanak | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1913
Studentenalmanak | 238 Pagina's