Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1915 - pagina 135

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1915 - pagina 135

2 minuten leestijd

FARRAGO 127

ook de duisternis vernietigt, maar wat wezen — en dan

zonder wil — kan zichzelf vernietigen?

En wat geldt vande wereld in 't algemeen, geldt van

den mensch in 't bijzonder. De verandering zal niet, gelijk

Plotinus wil, van buiten af, maar van binnen uit moeten

beginnen. Pijniging en ascese raken slechts 't lichaam, en

dus niet 't wezen van den mensch. Hij zal dus óf 't geestelijke

verder en dieper uit zich te voorschijn moeten brengen, —

maar hoe zal hij dat kunnen, waar 't diepst van zijn wezen

willoos uitvloeisel der Godheid is, waarover noch hij, noch

de Godheid zelf iets te gebieden heeft ? — óf hij zal zichzelf

moeten vernietigen, wat psychologisch een onmogelijkheid is.

* *

Dat zelfvernietiging werkelijk onmogelijk is, blijkt ons

bij 't nadenken over Schopenhauers philosophie. Dit is 't

ergste bezwaar, dat tegen zijn psychologie blijft in te brengen,

al staan daarnaast nog verscheidene andere moeilijkheden.

Al was 't waar, dat ons lichaam enkel geobjectiveerde,

voorgestelde, bejahte wil was, en dat dus vernietiging van

den wil als vanzelf vernietiging van 't lichaam meebrengt 5

daarom is 't omgekeerde nog niet waar, dat verzwakking

en vermindering van 't lichaam ook noodzakelijk ten gevolge

heeft onderdrukking van den wil. Zal 't schepsel aan zijn

schepper iets toe of afdoen? Ascese en mortificatie hebben

niet zoozeer op zichzelf, maar kunnen als uitingen van den wil,

invloed hebben op 't wezen van den mensch. Trouwens

Schopenhauer heeft daarvan dan ook niet zooveel heil ver-

wacht, maar zijn hoop op 't intellect alleen gevestigd. Maar

ook hier wordt 't zieleleven weer uit elkaar gerukt en 't

intellect en de wil als twee zelfstandige machten tegenover

gesteld. En gelijk 't een onmogelijkheid is voor ons denken,

hoe een alogische wil, die de grond en 't wezen aller dingen

is, rede en verstand kan produceeren, zoo laat 't zich ook

niet denken, hoe 't intellect den wil zou dooden. Wil

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's

Studentenalmanak 1915 - pagina 135

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's