Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1915 - pagina 147

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1915 - pagina 147

2 minuten leestijd

FARRAGO 139

in den mensch de igmg, de Platonische liefde tot de idee^).

Maar dan werd verder het leeuwenaandeel toegewezen aan

de rede, die langs dialectischen weg moest komen tot de

reconstructie van de gansche ideeënwereld, culmineerend

in de idee van het goede, de stralende zon in de kristal-

lijnen begrippenhemel. En sinds Plato vinden we de intuïtie

al meer en meer uit leven en denken teruggedrongen.

Door de kunst uitgewezen en door de wijsbegeerte het

zwijgen opgelegd, scheen ze voor goed aan de menschheid

in 't Westen haar licht te hebben onthouden en de gevolgen

van ó^t rationalisme openbaarden zich in de scheiding van

subject en object, die in de na-Aristotelische philosophic

meer en meer begon door te werken, eerst nog slechts in

beginsel bij de Stoa, die door een subjectief kriterium orde

in de chaos van ware en onware voorstellingen zocht te

scheppen, alras in volle consequentie in het scepticisme van de

nieuwe Academie, wier voornaamste woordvoerder, Arcesilaus,

de absolute breuk met de wereld der objectiviteit bezegelde ^).

In het licht van deze geschiedenis nu moeten we het

neo-platonisme, „de hellenistische parallel verschijning der

Christelijke patristiek" beschouwen. Het is, zooals Schwegler

opmerkt, ,,de laatste wanhopige poging van den antieken

geest tot een monistische, de splitsing tusschen subjectiviteit

en objectiviteit opheffende wereldbeschouwing".

Deze monistische tendens stond in onmiddelijk verband

met de religieuze opvattingen van het neo-platonisme. Als

Rudolf Eucken in zijn „Lebensanschauungen der groszen

Denker" Plotinus behandelt, maakt hij de volgende opmerking:

„Einen festen Zusammenhang der Wirklichkeit hatte die

Griechische philosophie von jeher gelehrt und dem Menschen

in das All sich ein zu fügen geboten. Aber das teilhaben

an der Welt war noch kein Besitzen der Welt; im innersten

Gründe führte der Einzelne ein gesondertes Leben, jetzt

1) Ontwikkeld in zijn Symposion.

ä) Schwegler: Geschichte der Philosophie S. 84 sqq, 1848.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's

Studentenalmanak 1915 - pagina 147

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's