Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1915 - pagina 138

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1915 - pagina 138

2 minuten leestijd

130 FARRAGO

de geest moet heerschen over het vleesch; maar met geen

ander doel, dan dat de geestelijke krachten zich des te beter

kunnen ontplooien en ontwikkelen en dat de wijze onaan-

doenlijk en onbewogen, ongestoord en gelukzalig zijn leven

zou ten einde brengen. De Stoa heeft geen transcendent

doel; het motiefis eigenlijk de liefde tot zichzelf en de lust

tot een gelukkig leven. Hier is geen overgeven van zichzelf

geheel en al, aan een ander, wat zedelijke waarde bezitten

zou; maar de mensch offert iets van zichzelf aan zichzelf op,

om zichzelf te behouden. Onder den schijn van zelfverloochening

is dit zelfzucht in den hoogsten graad.

*

En soort gelijke bezwaren gelden ook tegen Plotinus.

't Lichaam moet achteruit gezet en gebroken worden, opdat

de geest weer op den voorgrond en in haar oorspronkelijken

gelukzaligen toestand kome. Het stoffelijke neer gehaald

om het geestelijke des te hooger te doen stijgen. Weer dus

een offer van den mensch aan zichzelf om zichzelfs wil. Schijn-

bare zelfverloochening, maar inderdaad zelfverheerlijking.

Wel is waar hebben èn Epiktetus èn Plotinus een zekere

verandering in de mensch noodzakelijk geacht, maar deze

is niet zoo volstrekt, noch in de breedte, noch in de diepte,

als de Christelijke zelfverloochening. Zij gaat niet verder

dan het intellect of het lichaam. Het is een verandering,

zonder vernieuwing, bekeering zonder wedergeboorte.

*

Schopenhauer schijnt aan de Selbstverneining een zedelijk

karakter te geven, wanneer hij ze verbindt met de gerechtigheid

en het medelijden. Maar het gaat er hier om, niet anderen

door ons zelf te helpen of te dienen, maar ons zelf door

anderen te bevrijden van ons onzalig willen en zoo de zaligheid

deelachtig te worden. En als Schopenhauer zelf in zijn ,,Parerga

en Paralipomena" (II §169) opmerkt: ,,Zur Verneinung des

eigenen Willens ist die Vorstellung, dasz man sich einem

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's

Studentenalmanak 1915 - pagina 138

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's