Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1915 - pagina 143

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1915 - pagina 143

2 minuten leestijd

FARRAGO 135

tweede ik, dat in dit leven werkt en zijn karakter is

intuitief. De volkomen verschillende dispositie van het

menschelijk bestaan gedurende de twee bewustzijnsstadia

komt wel het scherpst uit, als de nacht openbreekt, de

droomwereld langzaam verzinkt en het groot-reëele leven

weer in het schelle daglicht voor onze oogen rijst. Dan

kan nog uren daarna een donkere onbestemde melancholie

onze ziel neerdrukken, om iets onzegbaar droevigs, dat

ons in de slaap overkwam, maar als de rede haar analy-

seerend zoeklicht er over doet stralen, schijnt de oorzaak

ons belachelijk klein en we worden boos op ons zelve, dat

we ons door zóó'n nietigheid van streek lieten brengen.

Aldus staat het intuïtieve droomleven van dat tweede-ik

tegenover het redeleven van het eerste-ik. i) In het alge-

meen moet de intellectueele mensch, die om met Plato

te spreken, ,,de rede draagt in een hooge burcht" van

het geheimzinnige droomleven schijnbaar niets hebben.

„Droomen zijn bedrog" is, geloof ik, bij ons te lande het

spreekwoord en daarbij steekt de nuchtere Hollander nog

eens heel gemoedelijk een pijp op.

Maar al ligt hem dat woord op den mond bestorven,

om het bij iedere gelegenheid met een ironisch lachje te

debiteeren, ook hij blijft „mensch" en het zuiver-mensche-

lijke neigt tot het mysterieuze en bovennatuurlijke, of

liever gezegd het ,,bovenredelijke".

Zoo laat zich verstaan de ontzaggelijke invloed, die

de Romantiek in de vorige eeuw had met haar Novalis-

en Wagnercultus en dat niettegenstaande een Goethe alle

1) Ook in suggestieven of hypnotischen toestand is de onderscheiding

duidelijk op te merken.

Vergel. Wundt, Vorlesungen tiber die Menschen- und Tierseele,

5e aufläge, s. 395 sqq., die het denkbeeld van een Dubbel-ik als mystische

Schwärmerei verwerpt. Anderen daarentegen als W. James nemen het

als vaststaande waarheid aan. Een monographie erover verscheen o. a.

van Dr. Max Dessoir 1889, Berlijn.

cf. ook v. Eeden, studies pag. 173 sqq.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's

Studentenalmanak 1915 - pagina 143

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's