Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1915 - pagina 149

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1915 - pagina 149

2 minuten leestijd

FARRAGO 141

het Ware slechts, als alle verschil tusschen denken en zijn

ophield en hiertoe kon ons slechts de extaze voeren, waarin

de rede aan de onreinheid der zinnewereld afgestorven, in

volle onbewustheid zich zelf aanschouwde. Daar diep in de

ziel zetelde de intuïtie op den gouden drievoet en onder

het opwolken der wierookwalmen uit den duisteren Urgrund

van het gemoed, werd haar oog verhelderd, zag zij de godheid

in zich en verzonk in die aanschouwing in groote zaligheid.

Zoo is in Plotinus' extazeleer de Grieksche geest wel

zich zelve voorbijgestreefd en het neo-platonisme was, zooals

reeds is opgemerkt zijn laatste ademtocht.

Maar het mysticisme van den grooten wijsgeer oefende

ontzaggelijken invloed op de latere denkers, zoodat zelfs

een Augustinus, volgens Eucken de eenige onafhankelijke

Christendenker, onder bekoring van de extaze gedachte kwam.

Het behoeft ons dus niet te verwonderen, dat de wijd-

vertakte richting, die zich tegenwoordig den eerenaam neo-

mystieken toeeigent, met vreugde tot haren vader teruggaat

om aan zijn voeten wijsheid te leeren.

Ruusbroeck, Thomas ä Kempis, Meister Eckhart, Tauler

en andere mystici ^) (Christen-leerlingen van den heidenschen

neo-platonicus) mochten al groote bekoring op hen hebben,

telkens erkennen ze weer, hoe Plotinus de grootste onder

allen is, gelijk uit de aanhaling van Maeterlinck bleek.

Toch zien we oogenblikkelijk een diepgaand verschil

tusschen den ouden Griek en zijn moderne geesteskinderen.

Immers de eerste, hoezeer evenals Plato, van aesthetischen

aanleg, was in de eerste plaats philosoof en was eerst

langs moeizamen dialectischen weg gekomen tot zijn extase-

leer, (a. h. w. een omslag der rede in zelfaanschouwing),

die hem voortaan levensbehoefte was geworden. De nieuweren

waren voor alles kunstenaars, wien vaak niet de waarheid,

maar de schoonheid boven alles ging en die wel dikwijls

1) Ook Spinoza's pantheïstische mystiek met haar „Amor Dei intellec-

tualis" staat bij de modernen hoog aangeschreven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's

Studentenalmanak 1915 - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's