Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1915 - pagina 127

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1915 - pagina 127

2 minuten leestijd

FARRAGO 119

een afbeeld van het eene, maar toch minder volmaakt dan

het oertype, waaraan het zijn ontstaan dankt. In hem is

het leven en het licht der menschheid. Die geest toch draagt

in zich den mundus intelligibilis, de verzameling van alle

ideeën en voorbeelden van de afzonderlijke dingen, die nu

volgen zullen. Die mundus intelligibilis was op zijn beurt

oorzaak van den mundus sensibilis, terwijl beide werelden

met elkaar verbonden zijn door de wereldziel, die dus

dualistisch van karakter is en bestaat uit een hooger en

lager deel. Die wereldziel, haar drang tot uitvloeiïng volgend,

heeft dus noodwendig het aanschijn moeten geven aan deze

wereld, lager in orde en rang dan zij zelf is. Zij is de moeder

der natuur en der menschheid. De mensch, het beeld der

wereldziel dragend, heeft dan ook een hooger en lager be-

staan ; bestaat uit geest en ziel. Door zijn geest is hij eens

wezens met de Godheid, prae-existent en onsterfelijk; op

zichzelf weer een mundus intelligibilis, een ware mikrokosmos

die de geheele wereld in gedachten tot inhoud heeft, gelijk

de geest haar in werkelijkheid omvat. Maar gelijk uit de

lagere wereldziel de stofielijke natuur uitgevloeid is en deze

beiden gehuwd zijn, zoo heeft de lagere menschenziel het

menschelijk lichaam voort gebracht en heeft zich daarmee

verbonden.

Zoo is de geheele wereld als het ware een hiërarchie,

een reeks en ladder van wezens, meer of minder goddelijk,

naarmate zij dichter of verder van de godheid afstaan. Zij

is het licht dat bij het uitstralen steeds meer aan kracht

verliest, totdat het zijn grens bereikt heeft; dan slaat het

licht om in duisternis, 't zijn in het niet zijn, het geestelijke

in het stoffelijke, het onzienlijke in het zienlijke. En gelijk nu

in de godheid het eene en het goede, het louter geestelijke,

of juister boven-geestelijke, en de gelukzaligheid samenvallen,

zoo zijn in deze wereld de veelheid en het kwade, de

lichamelijkheid en het ongeluk identisch.

En daarmee is ook de weg der verlossing gewezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's

Studentenalmanak 1915 - pagina 127

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1915

Studentenalmanak | 202 Pagina's