Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1916 - pagina 141

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1916 - pagina 141

2 minuten leestijd

FARRAGO 125

een beschouwing over den rechtvaardige en den onrecht-

vaardige, 't Zijn ons uit den Gorgias bekende gedachten:

In Thrasymachus laat Plato practisch de heerschende,

moderne levensbeschouwing aan het woord komen, die

vraagt: Wat dwaasheid, om rechtvaardig te willen zijn?

Wat win je er mee, dan dat ze je per slot van rekening

geeselen, de oogen uitsteken en aan een schandpaal slaan ?

Maar de onrechtvaardige! Hij geniet van het leven en

zijn begeerlijkheden, hij kwelt zijn ziel niet met beuzelarij —

hij is de ware, de vrije mensch.

Plato kiest — en welk een meesterschap treedt hier

aan den dag, Plato kiest een andere wijze van weerlegging

dezer gedachte dan in den Gorgias.

Niet onmiddellijk en kloek-beslist stelt hij levensbe-

schouwing tegenover levensbeschouwing — maar hij wordt,

om met Paulus te spreken, dengenen die zonder de wet

zijn als zonder de wet zijnde.

Hij gaat nü niet wijzen op de verheven rust, de

schoonheid, de innerlijke harmonie en gezondheid van ziel

_ bij den rechtvaardige, waarnaast de ontredderde ziele-staat

van den onrechtvaardige te treffender blijkt, hij wijsteven-

min op het Jenseits, waar de rechtvaardigheid haar eisch

krijgt, — maar hij geeft 't Thrasymachus gewonnen: Neen,

waarlijk de uitnemendheid van den rechtvaardige boven

den onrechtvaardige wordt niet gezien in den tegenwoor-

digen Staat, Hoe kan dat ook? Om billijk te kunnen oor-

deelen en waardeeren, zie men den rechtvaardige in zijn

element, in den rechtvaardigen Staat. En dan gaat Plato

ons toonen, hoe een Staat zich vormt: de eischen, de

nooden van 't leven drijven de menschen van zelf bijeen.

„Nu wordt er, naar ik meen, een Staat gesticht, omdat

ieder op zich zelf — exaaTos — niet ,,zelfgenoegzaam" —

avTQxi]! is, maar aan meerderen behoefte heeft. Of meent

gij, dat er een andere aanleiding is om een Staat te

grondvesten ? (369 b). Men gaat samenwonen en „aan dit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's

Studentenalmanak 1916 - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's