Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1916 - pagina 131

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1916 - pagina 131

2 minuten leestijd

FARRAGO 115

in de eerste plaats, omdat de ethiek zich bezig houdt met

het handelen van den mensch, dus ook met zijn verhouding

tot den naaste, dus met de gemeenschap, waarin-alleen de

menschelijke ziel zich ontwikkelen kan.

Ideaal gezien mag er dan geen strijd zijn tusschen

wat de gemeenschap wil, de wet beveelt en wat de individu

wil. De „Moralitat" moet ook „Sittlichkeit" zijn; wat innerlijk

als recht erkend en aanvaard wordt, moet ook uiterlijk

vorm, gestalte, belichaming vinden in de wet. Daar mag

geen contrast zijn. Anders staat de wijze als een vreem-

deling, een ,,goddelijke banneling" te midden der menschen-

kinderen, een boos en tuchteloos geslacht — en men belacht

en bespot hem, men werpt hem uit. Hier rijst Socrates'

beeld voor 't oog van Plato, hier gaat een schrijnende

weemoedspijn hem door de ziel. Ja, 't is wel schoon, zóó als

eenige drager der gerechtigheid, dienaar der waarheid en

der godheid te staan en dan, in kalme zielerust te reizen

naar 't Onbekende Land, waar betere rechters zullen oor-

deelen, naar dat Duistere, Geheimnisvolle, waarover echter

voor den wijze ook 't licht des Geestes, ontvangen van de

stralende idee van het Goede, is opgegaan. Wel schoon is

het en heerlijk, maar 'tgroote ideaal is 't niet: vol bitterheid

is Plato's ziel over zoo groot een onrecht.

Maar in de tweede plaats ligt ze ook logisch hierom

in Plato's denken, wijl hij een algemeen, voor ieder geldende

waarheid omhoog hief, een wereld van idealen, waarnaar

een ieder zich had te richten, maar die toch eerst in den

Staat als geheel en daarin in volkomenheid, als in een

hoogere eenheid zich konden verwezenlijken. Want te rijk

en te vol is 't ware, 't goddelijke leven, dan dat het zich

in één enkelen mensch in volle heerlijkheid zou kunnen

openbaren; de idee van het Goede behoeft de menschen-

gemeenschap, den Staat om zich te realiseeren.

Er is evenwel nog een meer subjectieve reden, waarom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's

Studentenalmanak 1916 - pagina 131

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's