Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1916 - pagina 148

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1916 - pagina 148

2 minuten leestijd

132 FARRAGO

III.

Zóó denkt Plato zich zijn Staat, als de verwerkelijking

der hoogste Idee Zoo zal deze Staat, met zijn strenge

regeling, nochtans dienen de vrijheid des geestes. Immers:

de archonten schouwen helder bewust de hoogste ideeën.

Die worden alleen gerealiseerd; déze gebondenheid is voor

alle burgers geluk en vrijheid. Want de mensch wil noch

kan, krachtens zijn wezen, alleen staan, hij wil den band der

gemeenschap. En daarom: verheug u zeer, uw koning komt.

Doch Plato aanvaardt het feit der ongelijkheid. Slechts

enkele »begenadigden < kunnen persoonlijk tot die hoogste

zelfbewustheid, die vrijheid geraken.

Niet eens de wachters bereiken dit; laat staan de

groote massa der ^uvuvaai.

Het gaat zelfs niet aan voor deze laatsten iets te doen

in die richting. Opmerkelijk is dan ook, hoe hij in de

Nomoi deze indeeling in drie standen in zekeren zin opgeeft.

Daar hebben alle burgers gelijkelijk deel aan de opvoeding

van Staatswege. Maar het probleem wordt zoodoende

slechts verplaatst, omdat nu in de plaats der Nährstand

komen de slaven en vreemdelingen.

Individueele vrijheid des geestes als eisch voor ieder —

dat gaat niet: de weg is te lang en te zwaar. Slechts voor

de grooten, de zeer sterken naar lichaam en geest is deze

vrijheid te veroveren. Plato heeft voor het volk, de groote

massa, geen enkel woord.

Troosteloos is ten slotte zulk intellectualisme.

Daarom gezegend het woord, uitgaande tot een iegelijk

mensch: »Gij zijt tot vrijheid geroepen« ! (Gal. 5 : 1 3 )

En dit andere: »Indien dan de Zoon u vrijmaakt, zoo

zijt gij waarlijk vrij.« (Joh. 8 : 36.)

Hier wordt alle onnatuurlijke band losgemaakt, hier

wordt héél de ziel doorschenen door het vlammend licht

des Geestes van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's

Studentenalmanak 1916 - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's