Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1916 - pagina 164

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1916 - pagina 164

2 minuten leestijd

148 FARRAGO

Cholera en andere besmettelijke ziekten komen her-

haaldelijk voor, de hygiënische toestand is zeer slecht.

Vooral in zedelijk opzicht staat 't Javaansche volk op

een zeer laag peil. Kartini weet dit en zij kan het weten,

want zij is een Javaansche en zij kan komen op allerlei

plaatsen, waar een Europeaan nooit komt, zij hoort en ziet

dingen, waarvan Europeanen niet weten.

De toestand van de Javaansche vrouw is ellendig,

tengevolge van de zedelooze moraal. De vrouw móét

trouwen. Is dat nu niet het ideaal voor de vrouw? Echter

niet in de Javaansche wereld, want „wet en leer beiden

zijn vóór den man, alles, alles is hem geoorloofd".

De toestemming der vrouw tot het huwelijk is niet

noodig, ja zelfs haar tegenwoordigheid bij de huwelijks-

sluiting is geen vereischte. Een vader kan thuis komen en

tot zijn dochter zeggen: ,,Jij bent getrouwd"; zij kan er

niets tegen doen en moet haar man volgen. Als haar man

zich van haar scheiden laat, blijft zij, zijn gansche leven

aan hem gebonden, terwijl hij zooveel vrouwen kan nemen

als hem goeddunkt.

In Europa ziet men het verschrikkelijke van dien toe-

stand niet in, men is er blind voor. Kartini citeert een

uitspraak van Professor Max Muller, hoogleeraar in de

Oostersche talen en geschiedenis: „De polygamie, zooals

zij bij de Oostersche volken in gebruik is, is een weldaad

voor vrouwen en meisjes, die in haar land niet kunnen

leven zonder een man toe te behooren, een beschermer te

hebben" i). Hoe komt men in Europa aan dat denkbeeld.?

Een Europeaan kent de toestanden niet en de vrouwen

zelf mogen ze niet uitspreken, een kind van het eigen volk

moet zijn stem doen hooren. De Javaansche vrouwen hebben

ook gevoel, ook zij lijden, maar 't is een lijden in stilte,

een zich schikken in het onvermijdelijke, daar zij volslagen

1) Blz. 186.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's

Studentenalmanak 1916 - pagina 164

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's