Studentenalmanak 1916 - pagina 151
AAN MIJN MOEDER.
„Moeder" is mij klaarste klank,
Uit onsterfelijken woon
Sterflijken gelaten
„Moeder" is als gloriekrans,
Kroon, geweven om het hoofd
Van geluk-verweesden.
„Moeder" is als zegendag,
Hemel - uit gedropen
Over heil - vervreemden.
„Moeder" is als schitterschijn
Van volstarde pracht
In een nacht vol armoe.
„Moeder" is als zonnegloed.
Warme weelde, uitgevloeid
Over naakte wereld.
„Moeder" is als bloemezang,
Vroegste vreugd te lentetij,
In een zonnegaard.
„Moeder" is als havenlicht,
Eenig rustpunt, dat opdaagt
Den op-zee-verloor'nen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Studentenalmanak | 206 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916
Studentenalmanak | 206 Pagina's