Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1916 - pagina 140

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1916 - pagina 140

2 minuten leestijd

124 FARRAGO

In de eerste plaats: de Staat, beter de gemeenschap ^),

is 't groote geheel, dat alles mag eischen, waaraan alles

dienstbaar moet zijn; waardoor en waarin de dingen

eigenlijk eerst hun waarde krijgen.

In de tweede plaats: de vraag wordt nu gedaan:

Waartoe moet de Staat dat alles gebruiken? En dan zien

we immers als laatste doel duidelijk dit antwoord naar

voren komen: Voor zich zelf ~ evenwel, d. i. weer voor

de burgers, die de gemeenschap vormen en meer bepaald:

om hen deugdzaam te maken. Weer de gedachte dus, die

we ook in den Gorgias aantroffen. Alles moet den Staat

dienen, opdat hij allen zou kunnen dienen — ziehier de

oogst van denkbeelden — in verband met ons onderwerp —

uit den Euthydemos.

Daar is ten derde, de Meno dien we noemden. Hier

is Plato in zekeren zin milder gestemd jegens Atliene's

groote staatslieden dan in den Gorgias. Ongetwijfeld —

die mannen kunnen wel veel goeds hebben tot stand

gebracht, maar dan was 't toch meer geluk dan wijsheid:

door een instinctieve meening, een tasten van de dingen.

't Ware inzicht echter, langs den weg der dialectiek

alleen te verkrijgen, ontbrak hun. En dat is eisch voor den

staatsman. Deze allerbelangrijkste gedachte, in de besproken

dialogen reeds aangeduid: de staatsman zij wijsgeer in den

hoogsten zin, gewordt ons uit den Meno.

En thans dan de Politeia — uitsluitend gewijd aan de

uiteenzetting van Plato's denkbeelden over den Staat, waar-

van de voornaamste, de gronddenkbeelden, ons, na wat

voorafging, niet meer geheel vreemd zijn.

Grootsch en breed en rustig vangt de Politeia aan met

1) 't ]s van belang hier, en telkens er op te letten, dat de begrippen

Staat en maatschappij zoo goed als niet onderscheiden worden, om de

eenvoudige reden, dat de zaken zelf zich in de oudheid nog niet onder-

scheiden, ontwikkeld hadden,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's

Studentenalmanak 1916 - pagina 140

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's