Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1916 - pagina 117

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1916 - pagina 117

2 minuten leestijd

FARRAGO 101

de F,^ generatie, terwijl de planten der F^ generatie, die den

dwergvorm bezaten, bij verdere voortplanting met zelf-

bevruchting slechts dwergplanten produceerden.

De verklaring dezer verschijnselen is zeer eenvoudig.

Stelt men namelijk de eigenschap van het zaad, waardoor

een plant een groote vorm aanneemt voor door D. (dominant)

en die, welke de dwergvorm bepaalt door R. (recessief), dan

is de formule der ouders D D + R R . In de eerste generatie

ontstaan nu planten van gemengd ras, die men met D R

kan aangeven. Deze F^ planten hebben echter allen een

grooten vorm, daar de D-eigenschap domineert over R. In

de Fg generatie komen nu alle vertindingsmogelijkheden

voor, welke volgens waarschijnlijkheid rekening moeten op-

treden dus D D , D R , R D en RR.

Hieruit blijkt dat V^ van Fg zuiver dwergras is n.1. (R R),

Vé zuiver groot ras (D D), en 7* gemengd ras (D R en R D).

Volgens de onderzoekingen van Mendel geeft dus de

bastardeering (of hybridisatie) van twee variëteiten, niet een

gemiddelden vorm (in het besproken geval planten van

middelmatige grootte), zooals men algemeen aannam, maar

de ontstane bastaarden gedragen zich op bepaalde en eigen-

aardige wijze. Mendel toonde dus het fundamenteele feit

aan, dat er twee groepen van organismen bestaan: ras-zuivere,

die slechts een soort van voortplantingscellen vormen, en

hybriden, die meer dan een soort van voortplantingscellen

vormen of m. a. w. een bastaard is niet constant (Lotsy).

Ten tweede volgt uit Mendel's proeven, dat de eigen-

schappen van een organisme onafhankelijk van elkaar zijn,

en dus in kiemcellen volgens de waarschijnlijkheidsrekening

vertegenwoordigd optreden.

Ten derde, dat deze aanleg voor de eigenschappen uit

vaste grootheden bestaat, welke niet vergroot en niet ver-

kleind kunnen worden en zich niet laten veranderen. Dit is

de leer der onveranderlijkheid der erf-eenheden.

Darwin dacht zich het organisme als een plastische

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's

Studentenalmanak 1916 - pagina 117

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1916

Studentenalmanak | 206 Pagina's