Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1917 - pagina 114

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1917 - pagina 114

2 minuten leestijd

100 FARRAGO

blik geworpen worden op haar geestelijke zuster, de Missa

Solemnis. Zij heft ons op naar het eeuwige, en geeft een

geweldig beeld van de zegen der eeuwige verlossingsdaad.

Maar de mensch Beethoven en »zijn geweldige menschelijk-

heid« staat weer op den voorgrond: hij gaat zijn eigen weg

tot God. »Men zou kunnen zeggen«, aldus Querido, »dat

zijn godsdienst godsdienstloos was en zijn menschelijkheid

hoogste geloof.» ^) Daarom ligt er niet in zijn Missa Solemnis

die verheven rust en volkomen overgave aan het Gods-

bestuur, die ons toespreken uit de werken van den

godvruchtigen cantor. Er blijft bij hem een zoeken, een

onopgelost vragen, dat hem belet in deze lijn het volmaakte

te bereiken.

Ten slotte zoekt Beethoven toch het hemelrijk op aarde.

Evenals de Missa Solemnis is de negende symphonie reli-

gieus te noemen. Ook hier zingt hij een »Credo«. Beethoven

spreekt hier uit zijn geloof in de verbroedering en vrijheid

der menschen In profetischen blik ziet hij zijn ideaal ver-

vuld. De menschheid heeft het gehoord, en zijn taak is

volbracht! —

De idee van de negende symphonie moest bij hem

noodzakelijk tot realiteit worden, wilde hij zijn taak niet

onvoltoooid achter laten. Meermalen heeft hij uiting gegeven

aan dien drang om voor zijn kunst nog te blijven leven al

was het leven ook bijna ondragelijk voor hem geworden.

»Ik kon de wereld niet eerder verlaten voor ik alles had

volbracht, wat ik mij opgelegd voelde«.

Voor de laatste maal roept de veldheer zijn legerscharen

op, voor het laatst zal de strijd van het leven gestreden

worden. Iets van den geest van Faust ligt over dit eerste

1) Als Q. echter zegt op pg. 25: „Hij behoort noch het catholicisme

noch het pantheïsme", dan is dit slechts ten deele waar, wat betreft het

pantheïsme. Zeer zeker kunnen B.'s scheppingen pantheïstische stemmingen

opwekken. Vgl. in dit verband ook Dr. A. Kuyper, „De verflauwing der

grenzen", pg. 25 en 26 met de aant. op pg. 85 en 86.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917

Studentenalmanak | 174 Pagina's

Studentenalmanak 1917 - pagina 114

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917

Studentenalmanak | 174 Pagina's