Studentenalmanak 1917 - pagina 130
116 FARRAGO
Kom, kom zoo erg is 't nog niet. Dat ding van Rob was
toch wel aardig op Max:
Toen onze Max een Maxie was,
was 't aardig hem te zien,
Nu droomt hij alle dagen,
En dicht nog bovendien.
Moe zei hem: Max, als 't maantje schijnt,
dan is het O, zoo mooi.
Maar hij had dat nog nooit gezien,
Hij moest zoo vroeg naar kooi.
Toen onze Max nu grooter werd,
kon je 'm 's avonds laat zien staan,
en turen vol bewondering
naar 't mannetje in de maan.
In een hemelsblauwe kiel
draait hij nu aan 't groote wiel,
van ster en maan den ganschen nacht.
En dan zingt hij van de maan,
„Blauwe ster, ik bid u aan",
heel zacht, heel zacht, heel zacht.
Morgen niet naar Katoentje, om tien uur komt Ben.
En een stukie schrijven voor de Almanak. Pots laakerom
denken.
A-a-a-a-1-tje met de be-zem-stok, stok rooie, rooie rok,
rooie rok, rok
* *
Zeg Do, wat zijn jullie taai tegenwoordig!
Wij taai, jij bent zoo hieperchondisch!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Studentenalmanak | 174 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1917
Studentenalmanak | 174 Pagina's