Studentenalmanak 1918 - pagina 98
84 FARRAGO
die het denken haar voor-stelt. De noodzakelijkheid, waar-
mee in ons bewustzijn de oordeelen worden afgeleid uit
praemissen, meent hij terug te vinden in de causaliteit van
het natuurgebeuren; het bijzondere, in ons denken gesub-
sumeerd onder het algemeene, is in het objectief proces
eveneens besloten in en gedetermineerd door het genus,
waartoe het als species behoort. Aristoteles leert daarmee
dat ons kennen absoluut is. Kant heeft ons leeren inzien,
dat het begrip kennen, dat subject en object veronderstelt,
het praedicaat »absoluut« niet verdraagt. Maar Aristoteles
ziet dit niet in; hij komt soms tot belachlijkheden, die hij
zelf ernstig neemt; trouwens zijn standpunt dwong hem
daartoe. De Middeleeuwen, angstig volgend Aristoteles'
voetspoor, bieden ons weinig origineele productie. Met de
Reformatie ontwaakt nieuw leven. Over Decartes, Locke en
Hume — Spinoza neemt een afzonderlijke plaats in — loopt
de lijn naar Kant. Een vaag gevoeld probleem krijgt bij hem
klare gestalte; maar tegelijk keert de geheele probleemstelling
om; niet: wat is waarheid, de voorbarige vraag van het naief-
realistisch bewustzijn, maar: wat k a n waarheid zijn, bedoeld
in den zin van: h o e is w a a r h e i d m o g e l i j k ? Bij Kants
voorgangers staat niets zoo vast als het waarheidsbegrip.
Het gaat er bij hen in hoofdzaak om, den »juisten inhoud«
te vinden. Zij overzien dat het kennen formeel begrensd is.
Het factum der wetenschap is bij hen nog niet klaar onder-
rscheiden van den rechtsgrond, »waarop alleen wetenschap
mogelijk is<. Hierin wordt juist Kants geweldige beteekenis
duidelijk. Zijn werkzaamheid is grondleggend voor het
modern k r i t i s c h bewustzijn; alle nieuwere richtingen
gaan van hem uit, geen althans laat hem onverwerkt ter
zijde. Hij is ook de schepper van de antithese die onze
wetenschap stelt tegenover de antieke. Want denker als hij
was heeft hij niet als velen voor hem het denken verheven
tot een despotisch moment, dat het gansche gebied van
het bewuste leven voor zich opeischt, maar in bezinning
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1918
Studentenalmanak | 130 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1918
Studentenalmanak | 130 Pagina's