Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1919 - pagina 121

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1919 - pagina 121

2 minuten leestijd

FARRAGO 99

Voor het inzicht in zijn opvatting van de Religie komt

het er nu dus op aan, te zien, wat hij onder dat Unend-

liche, dat Universum verstaat; een moeilijke taak, omdat

hij zoo weinig systematicus is en zijn voorstellingen altijd

zoo vloeiend zijn. Eén ding staat vast, hij zoekt het niet

buiten, transcendent boven het ,,Endliche". Dat is juist

het groote verwijt, dat hij de Aufklärungsreligie maakt,

in de Reden ziet ge dan ook misschien scherper dan ergens

elders tegenover elkaar Aufklärung en Romantiek en waarin

hij de Romantici ook bestrijdt, in den kamp tegen de

Aufklärung staat hij aan hun zijde, wijl hij in de Aufklä-

rung ziet den dood voor religie en Bildung beide. Het

Unendliche is te zoeken in de wereld van het Endliche, in

de wetmatigheid van het natuurgebeuren, in de historie,

waarin de eeuwige menschheid bezig is zichzelf uit te

drukken in de voorbijgaande wereld. Wel moet onze Sinn

dus uitgaan naar het eindige, maar ze mag er nimmer in

blijven rusten, ze moet steeds de goddelijke harmonie erin

naspeuren. En als de mensch zoo het gansche heelal door-

zocht heeft, laat hij dan in zichzelf afdalen en daar zal hij

dat alles nog weer tezamen terug vinden, hij zal zichzelf

zien als een .,Compendium der Menschheit". Dat alles is

object van de religie, maar dan ontdaan van het eindige

en voor zoover het uitdrukking is van het Universum, van

den Geest. Toch zijn we ook zoo nog niet aan de uiterste

grens van de religie; immers, hoezeer hij ook de eenheid

van het eindige en het oneindige tracht te handhaven, hij

gevoelt toch dat hij daar boven uit moet komen. Tenslotte

moet zelfs het hoogste in de eindige wereld zeggen: ik

ben het Universum niet. En we zien dan ook, hoe hij,

die eerst ,,een haarlok geofferd heeft aan de schim van

Spinoza", ^) toch zijn meester met behulp van Kant te

1) Zie over de verhouding van Spinoza en Schl.; üilthey. pag. 147 — 152,

296—364.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1919

Studentenalmanak | 186 Pagina's

Studentenalmanak 1919 - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1919

Studentenalmanak | 186 Pagina's