Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1919 - pagina 122

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1919 - pagina 122

2 minuten leestijd

100 FARRAGO

boven komt. Het Universum put zichzelf niet uit in de

verschijningswereld. Hier zijn we genaderd tot het kern-

punt van Schleiermachers wereldbeschouwing. Met Spinoza

en jacobi, zijn ouderen tijdgenoot, den mystieken godsdienst-

phiiosoof, ontkent hij beslist een oorzaak van de eindige

wereld ,,jenseits derselben". ,,Es musz ein Unendliches

ofeben innerhalb dessen von Ewigkeit alles Endliche ist".

En toch is Schleiermacher niet een Pantheïst in den zin van

Spinoza. Bij Spinoza gaat het oneindige op in het eindige,

zijn beide ident, het een is slechts verschijningsvorm van het

andere, alle eindige modi zijn inhaerent in de eeuwige

Substantie en verliezen daarin hun realiteit. De starre

eenheid in de Substantie doodt alle individualiteit Omnis

determinatio est negatio. Zoo vernietigt Spinoza de realiteit

van het individueele in de verschijningswereld. Tot

dezen stap kan Scheiermacher niet beslissen en altijd is hij

er op uit, om wel eenerzijds de ,,Gegenwart" van het On-

eindige in het eindige te handhaven, maar daartegenover

toch ook het Oneindige te bewaren voor vervloeiing in het

eindige Het Oneindige wordt wel in de zichtbare wereld

aanschouwd, maar nooit zonder rest. In de aanschouwing

blijft steeds iets eindigs en slechts door het streven, eigen

individualiteit op te offeren aan het Oneindige, zullen we

het Oneindige kunnen grijpen. Zelf bekent Schleiermacher

het eenmaal, dat zijn denkwijze haar diepsten grond heeft

in zijn karakter en in zijn mystieken aanleg. Welnu, daardoor

hechtte hij veel te veel waarde aan de individualiteit

en was hij veel te realistisch om onvoorwaardelijk Spinoza

te volgen. Tegenover de inhaerentie van de modi

in de Substantie stelt hij dan ook de ,,Gegenwart des

Unendlichen im allen Endlichen", waardoor de realiteit van het

individueele niét wordt opgeheven, maar juist gehandhaafd.

Daardoor staat hij tegelijk ook boven het Idealisme van

Fichte, dat ook al het niet-lk van realiteit berooft. Zijn

Reden doen dus tweeërlei: zij poneeren de realiteit van de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1919

Studentenalmanak | 186 Pagina's

Studentenalmanak 1919 - pagina 122

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1919

Studentenalmanak | 186 Pagina's