Studentenalmanak 1922 - pagina 31
JAARVERSLAG VAN HET STUDENTENCORPS
AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
OVER HET CORPSJAAR 1920/21, UITGEBRACHT DOOR DEN RECTOR
P. N. KRUYSWIJK, IN DE VERGADERING VAN 4 OCTOBER 1921.
D a m e s en H e e r e n , l e d e n v a n N . D . D . D . ,
Sinds de oprichting van ons Corps is het gewoonte geweest,
dat op den dies natalis door den Rector verslag wordt uitgebracht
van de lotgevallen van ons Corps in het beëindigde jaar. Dit
jaarverslag heeft in tal van toonaarden weerklonken, is hoopvol
en somber, blij en wanhopig van stemming geweest, maar kwam
toch doorgaans op uit het leven van het Corps zelf. Het was een
weergave van dat corpsleven, wanneer dit opnieuw een jaar was
voortgeschreden.
Nu zijn de klachten over de intensiteit van dat leven al zeer
lang vele geweest. Evenwel, heftiger dan thans waren ze naar
sommiger oordeel nooit. En waar gij, D. en H., mij dan hebt
opgedragen, het jaarverslag over 1920/21 uit te brengen en waar
ik gereed sta, dat thans te doen, daar wil ik gaarne eerst een
praealabele kwestie stellen, die wellicht op dit moment bij sommigen
Uwer reeds is opgerezen.
Ze is te stellen in dezen vorm: Is er nog wel een corpsleven,
waarover verslag is uit te brengen? Dat deze vraag praealabel
is, zal niemand Uwer ontkennen. Indien de dood in ons corps-
bestaan heeft geheerscht, dan is U de voorlezing van dit verslag
beter te besparen. Ik ben geneigd aan te nemen, dat sommigen
Uwer de gestelde vraag ontkennend beantwoorden. Ik ben even-
zeer en op grond van nog eenige meerdere argumenten geneigd,
hen daarin te geven . . . volkomen ongelijk. De kracht van hun
ontkenning schuilt in de tegenstelling met het verleden; daarin
ligt echter tevens een argument voor mijn kategorische bevestiging.
Laat ik dit eenigszins nader mogen adstrueeren. Wij zijn gewoon
geraakt te spreken van den gouden tijd, die ons Corps vroeger
heeft beleefd. De namen der Corpsleden van dien tijd komen
niet dan met eerbied bij ons op. Evenwel, heel die voorstelling
van verloren gegane paradijzen berust slechts op onbekendheid.
Laat ik twee dier heroën uit zulk een glanstijdperk even mogen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's