Studentenalmanak 1922 - pagina 92
78 POSTKANTOOR
was; in de rechterhoek een paar postzakken, en vlak bij de deur een geweer en
bandelier.
Ik moet wel 'n beetje erg verwonderd gekeken hebben, want de ,,postdirecteur"
begon verontschuldigingen te maken. Hij was nog maar pas in dit huis, hij was
nl. een veertien dagen geleden getrouwd, en hij had nog absoluut geen gelegen-
heid gehad de zaak wat beter in te richten; ik kon dus wel begrijpen, dat het nog
maar 'n „deur ^—mekaar — spul" was. Ondertusschen zocht hij naar de gevraag-
de postwissels. Hij vond ze eindelijk, en kon werkelijk voor het gevraagde be-
drag geven. Maar ze moesten afgestempeld worden en het bleek, dat het stempel
zoek was.
„Nou kan ek nie verstaan, wat ek met die stemp gemaak het nie." Hij keek
in het kastje, graaide in de brieven, voelde in de postzak W a g " (er ging
hem 'n licht op), „ek sal daardie verflakste ding in die ander huis gelaat lê het.
Maar ek sal die Kaffer nou-nou stuur, om dit te laat haal."
Toen ik wilde betalen, kwamen er nieuwe moeilijkheden. Ik gaf nl. een „fiver"
en — hij kon zooveel niet wisselen, 't W a s 't eenige, dat ik bij me had. Maar
't postkantoor was niet voldoende bij kas voor zoo'n bedrag, 'k Z o u dus naar huis
terug moeten om „kleiner" geld te halen. Alles liever, dan nog eens drie keer die
afstand af te leggen, in zoo'n hitte. Ik sloot dus de volgende overeenkomst met
de „ambtenaar." 'k Z o u het geld gepast sturen, waarna hij de postwissels, ge-
stempeld, in de brieven zou sluiten en me de „counterfoils", eveneens gestempeld,
zou terug zenden, 'k Moest een en ander dan maar aan een kaffer wagen af te geven.
'k Wilde gaan, maar — hij noodigde mij uit, een kop thee te drinken en
tegelijk eens met z'n vrouw kennis te maken. Het „beleefdheidshalve bedanken",
wordt in de meeste gevallen, en zou zeker in dit geval, als een onbeleefdheid
aangemerkt bij de Boeren. De kennismaking met de vrouw des huizes werd dus
gemaakt, en het kopje, of liever de kóp, thee gedronken.
De postbeheerder ondervroeg me. W a t ik deed, waar ik vandaan kwam, ,,hoe
ek die wereld lijk", en natuurlijk kwam de opmerking „Jij is een Hollander, nè?"
Volgden vragen als „Hoe lank is jij al in die land", „Wanner het jij uitgekom",
en toen de laatste vraag werd beantwoord met het noemen van een oorlogsjaar,
moet ik vertellen van mijn ervaringen, en ,,mijn opinie oor die oorlog gee."
't W a s nog niets koeler, toen ik weer „huis-toe" trapte. Niet om uit te houden.
Toen ik thuis het hek doorreed, zag ik gelukkig September, de jonge „kitchen
boy" bij het huis rondslenteren. Ik haalde vlug het noodige geld en stopte het
in een enveloppe.
„September."
„Baassie."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's