Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1922 - pagina 78

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1922 - pagina 78

2 minuten leestijd

64 DE OORSPRONG DER C U L T U U R

logische orde der vondsten in de Sahara. De Morgan e.a. zijn er

tenslotte ingeslaagd en hoewel ze niet dezelfde namen voor het

Afrikaansche palaeolithicum kunnen gebruiken, hebben ze een

Capsien en Gétulien vastgesteld, dat nagenoeg samenvalt met de

Aurignacio­Magdaléniën­periode in W.­Europa.

En nu is er geen reden, om een cultuurwerking van Europa

en op Noord­Afrika en langs de Noord­Afrikaansche kust op

Egypte aan te nemen. Dat zou alleen mogen als aangetoond kon

worden dat het Afrikaansch palaeolithicum jonger was dan het

Europeesche, Schuchhardt doet dit dan ook zonder nadere argu­

mentatie. Omgekeerd beweren Osborn en Breuil, dat het palaeoli­

thicum ­— met uitzondering van het Solutréen, dat uit het O.­Europa

binnen kwam — in zijn oorsprong naar het Zuiden wijst, naar de

eilanden en kustwegen der Middellandsche zee. Wanneer Osborn

de Venus van Brassempouy — een palaeolithisch vrouwenbeeld —

behandelt, zegt hij: Breuil's great contention is a certain similarity to

North­African art, which would seem to agree which his theory that

the Cro­Magnon people followed the Southern shores of the Medi­

teranean, bringing with them the Aurignacian industry and the

glyptic art of the female statuette similar to those of baked clay

which are found along the valley of the Nile . . . The extreme

corpulance of all the figurines has been compared with the

„steatopygy", or development of what are politely known as the

„posterior curves", of the female in many African races," ^^)

* *

*

En niet alleen in de Sahara en de plateau­hoogten ter weerszij

van het Nijldal vinden we een palaeolithicum, maar ook in Syrië

en Palestina. Sporen van die oude cultuur worden nog verder

naar 't Noorden gevonden. Ook van deze vondsten is niet aan

te toonen, dat ze jonger zijn dan de oude steentijd van West­

Europa. En via Egypte en de Sahara kunnen ze de moeder­cultuur

van het palaeolithicum in West­Europa zijn.

Van het voortleven van het palaeolithicum in den lateren

neolithischen, koper­, brons­, en ijzertijd kan heel goed sprake zijn.

Maar dat het palaeolithicum in West­Europa autochtoon is en

derhalve däär de oorsprong onzer cultuur te zoeken zou zijn, kan

niet als vaststaande worden aangenomen, tenzij aangetoond kan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Studentenalmanak | 146 Pagina's

Studentenalmanak 1922 - pagina 78

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Studentenalmanak | 146 Pagina's