Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1922 - pagina 33

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1922 - pagina 33

2 minuten leestijd

JAARVERSLAG 23

mogen zeggen, dat de meest volleerde klaagliederenzangers van

ons huidig Corps in de oude jaarverslagen een geschikt vocabulaire

kunnen vinden, voor nóg dieper klachten, dan tot nu toe werden

geslaakt.

Hier hgt nu voor ons een historisch bewijs uit een tijd, die onder

ons een zeer goeden naam heeft, een historisch bewijs, dat het

leven van ons Corps reeds langer tot bezorgdheid aanleiding geeft

dan wij vermoed hebben. De jaarverslagen uit de laatste 8 ä 10 jaren

spreken iets, maar toch ook maar heel weinig opwekkender.

Het zou een vreemde onderstelling zijn, dat zoovele mannen van

erkend karakter (want zij zijn in dien goeden tijd door uw Corps

verkozen tot het hoogste ambt, dat gij te begeven hebt) jaar op

jaar het leven hadden beschreven van een dood lichaam. Zelfs zij

zouden tot zulk een krachttoer op het gebied der historie-beschrijving

niet zi]n in staat geweest. Toen ik dan nu mezelf de praealabele

kwestie, boven gesteld, helder voor den geest bracht, bleek mij

het volgende: wij moeten onderscheiden tusschen studentenleven

en Corpsleven. Het eerste was aan de Vrije Universiteit steeds

vrij krachtig en daarvan plukte het Corps vruchten. W e l gevoelen

de meesten onzer weinig voor formeele zaken — die nochtans

noodzakelijk zijn — maar de drang van het studentenleven zelf

drijft het Corps vooruit, zoodat het nooit wezenlijk dood is. In

het algemeen wordt het werk van het Corps en zijn commissien

weinig gekend, is ook voor groote bekendheid weinig geschikt;

toch heeft het zijn invloed, en daardoor handhaaft het zich ook weer.

Zoo is er dan voor mij niet het minste bezwaar, de lotgevallen

te beschrijven van ons Corps over het verloopen Corpsjaar.

Ik moet beginnen met het feit, dat de Senaat tweemalen den

Corpsrouw heeft moeten uitschrijven: over Dr. Kuyper en Prof.

Bavinck. Dät hadden wij op den vorigen dies niet verwacht, dat

wij hen beiden, de twee zuilen van het Gereformeerde leven in

Nederland en ver daarbuiten, in dit eene jaar ten grave zouden

dragen. Over dit dubbel verlies is van deze plaats reeds tot u

gesproken. In Dr. Kuyper verloor ons Corps zijn oudste Eerelid.

Over het sterven van Prof. Bavinck zij nog een enkel woord

gezegd. Hij heeft met ons Corps steeds meegeleefd als weinig

Hoogleeraren en wij danken daaraan raadgevingen van groote

wijsheid. Ons meeleven met hem, in dagen van eer, maar veel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Studentenalmanak | 146 Pagina's

Studentenalmanak 1922 - pagina 33

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Studentenalmanak | 146 Pagina's