Studentenalmanak 1922 - pagina 64
50 IN M E M O R I A M
scheen, voordat Kuypers Heraut-artikelen over ,,de gemeene
gratie" een aanvang namen. Evenmin als Kuyper kon Bavinck
onverschillig zijn voor eenig deel der werken Gods. Geen enkel
terrein van wetenschap sloot hij principieel van zijn belangstelling
uit. Dat heb ik ondervonden toen ik te Kampen zijn leerling was,
toen ik te Leipzig en Berlijn de Assyriologie beoefende, en vooral
toen ik aan de Vrije Universiteit naast hem mocht werken. Voor
elke aangelegenheid van den jongeren collega had hij een open
oor. Geen enkel onderdeel van het terrein mijner vakwetenschap
was zóó specialistisch of zóó ver afgelegen, dat Bavinck er zich
onverschillig voor betoonde. Zijne belangstelling was universeel.
Maar die universeele belangstelling was altoos georiënteerd aan
datgene wat God zelf in het middelpunt zijner werken heeft geplaatst,
aan de bijzondere openbaring, aan de zaligmakende kennisse Gods.
In de latere jaren van zijn Amsterdamsche professoraat heeft
deze universeele belangstelling hem er toe gebracht, het zwaarte-
punt zijner werkzaamheid te verleggen van het universitaire terrein
naar het maatschappelijke. Actief hoogleeraar is hij gebleven, en
hoezeer zijn academisch onderwijs tot het laatste toe op prijs
werd gesteld, kunnen jongeren veel beter zeggen dan ik. Maar
zijn expansieve geest was daarmede niet tevreden. De Christelijke
maatschappij heeft hij gediend door deel te nemen aan de politiek
en leiding te geven aan de paedagogiek. Dat hij daarbij soms
wegen insloeg, waarop men niet gedacht had hem te zullen aan-
treffen, kan slechts hun verwonderen, die hem niet ten volle
kennen. Bavinck, die geen enkel terrein van zijn wetenschappelijke
belangstelhng uitsloot, kon zich evenmin afsluiten voor den in-
vloed van opkomende geestelijke stroomingen, als hij daarin ook
maar eenigszins eene doorwerking van den Christelijken geest
bespeurde. En of dit laatste het geval zou zijn, kon men niet met
zekerheid vooruit weten. Bavincks universaliteit was van dien
aard, dat ze berekenbaarheid uitsloot. Men kon hem elke nieuwe
gedachte voorleggen. Maar men kon niet vooruit weten, of hij
Kaar zou aannemen dan wel verwerpen. En in het laatste geval
was niet met zekerheid te zeggen, of hij er eene afwijking in zou
zien ter rechter- dan wel ter linkerhand. Maar hierop kon men
altoos rekenen, dat zijn oordeel in vitalen samenhang stond met
zijn inzicht in de waarheid Gods. Hieraan viel nimmer te twijfelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's