Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1922 - pagina 73

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1922 - pagina 73

2 minuten leestijd

D E O O R S P R O N G DER C U L T U U R 59

Niemand weet het rechte ervan. Hoernes niet, die anders met

het palaeolithicum en het neolithicum zoo uitstekend op de hoogte

is ,,In Westeuropäischen Höhlen sind die paläolitischen und die

neolithischen Schichten oft durch mächtige Lagen toten Gerölls

oder Kalksinters getrennt, so dass nach dem Abzug der diluvialen

Bewohner Jahrhunderte vergangen zu sein scheinen, ehe ein besser

gerüstetes Geschlecht an derselben Stelle auftrat. Auch an allen

anderen Fundstellen, wo paläohthische und neolithische Altertümer

vorkommen, erscheinen sie stets getrennt, und nirgends ist eine

ausgesprochene Ubergangsgeschichte vorhanden. ") Heinrich Driess-

manns niet. „Zwischen den älteren und der jüngeren Steinzeit aber

liegt eine bisher unüberbrückte Kluft. Die Zwischenglieder und

Übergongsstufen sind verloren gegangen." '^) Edouard de Lartet

is de eerste geweest, die op dit geweldig hiaat tusschen oud- en

nieuw-steenentijdperk gewezen heeft. Ed. Meijer denkt aan een

catastrophe, die aan het palaeolithicum een eind heeft gemaakt.

Sprekende van de palaeolithische cultuur in haar laatste phase,

schrijft hij: „diese Kulturansätze brechen jäh ab, wahrscheinlich

infolge einer grossen physischen Katastrophe, die eine Umwandlung

des Klimas und der Thier- und Pflanzenwelt herbeiführte." '^)

Paul Rohrbach volgt hem in deze meening. ''')

Piette, Obermaier, Boule hebben getracht het hiaat te vullen.

Boule gaat daarbij uit van een krachtspreuk : „Il est clair" zegt

hij, ,,que si Ie Néolithique un ordre de choses tout ä fait nouveau,

notamment l'arrivée de populations ä industrie et moeurs tres

différentes de celles des derniers Paléolithiques, en vertu du prin-

cipe general de continuité, la lacune ne pouvait exlster partout;

un jour OU l'autre, la période de transition apparaltrait moins

obscure. ") Hij wijst dan verder op de resultaten van Piette's

onderzoek in de grotholen van Mas d' Azil (Z.-Frankrijk) We

mogen hier niet in details afdalen. Maar ook Boule is door het

resultaat van Piette toch niet geheel gerustgesteld. Hij spreekt

van een vulling van het hiaat „tout du moins en grande partie".

Die overgangsphase naar het neolithicum wordt dan door Piette,

Breuil, Obermaier, naar de grot van Mas d' Azil, de Azilien-periode

genoemd, welke zich, door een latere phase : het Tourasien, ver-

bindt aan het neolithicum. Samen worden deze 2 phasen gevat

onder den naam „Mesolithicum". Is dit werkelijk een aparte periode ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Studentenalmanak | 146 Pagina's

Studentenalmanak 1922 - pagina 73

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Studentenalmanak | 146 Pagina's