Studentenalmanak 1922 - pagina 77
D E O O R S P R O N G DER C U L T U U R 63
an, die bisher fehlt. W o die F orm gleich ist, braucht nicht auch
die Zeit die gleiche zu sein. Vielmehr können dieselben Typen —
da und dort selbständig entstanden oder überkommen und nicht
mehr weitergebildet — viele Tausende von Jahren auseinander
liegen". ^) Het is dezelfde waarschuwing die de Morgan telkens in
zijn werken herhaalt. Maar dan zou heel goed mogelijk zijn, dat
de palaeolithische vondsten in die andere landen en streken ouder
zijn dan het WestEuropeesch palaeolithicum. Laten we Amerika
en Australië buiten beschouwing. Maar de Sahara ligt niet zoover
van Spanje en F rankrijk af. Waarschijnlijk was in den diluvialen
tijd de verbinding tusschen Gibraltar en Afrika nog niet verbroken.
Tamelijk zeker is, dat de heele Noordkust van Afrika zich verder
naar 't Noorden uitstrekte en ook Italië door Sicilië in vaste ver
binding met het zwarte werelddeel stond. De Middellandsche Zee
was toen aanmerkelijk kleiner en van den Atlantischen Oceaan
geïsoleerd. De Sahara stond dus in nauwe verbinding met het
Europeesch Palaeolithicum en had in de pleistocene (diluviale)
periode een ander klimaat, vruchtbaarder bodem. Voor heel het
woestijngebied benoorden den aequator mogen we een pluviaal
periode aannemen, die samenvalt met den ijstijd. Alleen Joh. Walter
verzet zich hiertegen, „Es hat nicht an F orschern gefehlt, welche
daraus — Walter bedoelt uit de palaeolithische vondsten in Egypte
en in de Sahara — den Schluss gezogen haben, das diese Werk
plätze dauernden Ansiedelungen entsprechen und dass die Wüste
damals regenreiches Kulturland gewesen sei, aber diese Annahme
kann vor einer strengeren Kritik nicht Stand halten". ^') Hiertegen
over zou het oordeel aan te voeren zijn van de Morgan, Ober
maier, Boule, F ranz Stuhlmann etc. Maar behalve van de laatste
is dit het oordeel van historici. Dr. Helene Wiszwianski zegt:
,,auch in NordAfrika hat eine Steigerung der Niederschläge im
Spattertiär und Quartär stattgefunden. Die F orschungen Blancken
horns in Hgypten haben zahlreiche Beweise geliefert für eine
Pluvialperiode in quartärer Zeit, welche Walters Anschauung
von einem damals herrschenden W^üstenklima hinfällig machen.
Auch für die westliche Sahara hat Rolland das Vorhandensein
von grossen Südwasserseen nachgewiesen". ^^) Z o o is hier bijna
eenstemmigheid van oordeel over het diluviaalklimaat van de
Sahara. Een groote moeilijkheid is de vaststelling van de chrono
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's