Studentenalmanak 1922 - pagina 63
IN M E M O R I A M 49
dacht. Over beide werken werd veel gedacht en gesproken. En
ik koesterde toen reeds het gevoelen, dat ik bijna een kwart eeuw
later te Pittsburgh uitsprak; De overeenkomst is belangrijker dan
het verschil. Niettemin lag het in den aard der zaak, dat Bavinck
over het geheel den overwegenden invloed uitoefende, vooral op
de derdeenvierdejaars, die zijn hoofdcollege over dogmatiek
volgden. Welk eene vormende kracht ging er uit van zijne
methode, om elk onderwerp eerst bibliologisch te behandelen,
vervolgens historisch en ten slotte thetisch. Hoe werd inzonder
heid door die historische uiteenzettingen telkens onze horizont
verbreed. En dat wilde Bavinck. Hij kon het niet uitstaan, wanneer
we onze aandacht beperkten tot de dusgenaamde „leergeschillen"
oftewel ABk'westies, waarover in den boezem der Gereformeerde
Kerken verdeeldheid bestond. Als het daartegen ging, kon hij
soms vrij onzacht uitvallen. Toen ik hem eens vroeg, waarom hij
menigmaal aan candidaten der Theologische School den raad gaf
hunne studiën in het buitenland voort te zetten, antwoordde hij:
„Dan kunnen ze zien, dat er warempel nog wat anders bestaat
als de kwestie van doop en wedergeboorte."
Men zou Bavinck groot onrecht doen, wanneer men uit een
gezegde als dit afleidde, dat hij onverschilligheid voor dogmatische
finesses wilde aankweeken Daarvoor was zijn geest veel te fijn,
en daarvoor had hij onze belijdenis veel te Hef. Men moest ook
deze dingen weten, en zijn gezegde ging uit van de veronder
stelling, dat men ze wist. Doch men moest meer weten. Men
moest het Gereformeerde dogma zien in zijn samenhang met heel
het dogmatische denken der Christenheid van alle eeuwen. W a n t
„de Katholiciteit van Christendom en Kerk" was eene idéé, die
bij Bavinck alles doortrok. „De kerk is katholiek en de wereld is
afgescheiden", heb ik hem eenmaal hooren uitroepen. Als ik me
wèl herinner, was het in verband met Kaïns omzwerving in het
land Nod, zijn afscheiding dus van het ouderlijk huis en de ouderlijke
religie. Maar ook in die afgescheidene wereld zag Bavinck overal
de werking der Goddelijke gratia communis. Het is niet toevallig,
dat zijn eerste rectorale rede over de katholiciteit handelde en zijne
tweede over de algemeene genade. En zijn zelfstandigheid tegen
over Kuyper — waaraan trouwens nooit is getwijfeld — komt
ook hierin uit, dat zijne oratie over „de algemeene genade" ver
4
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's