Studentenalmanak 1922 - pagina 79
DE OORSPRONG DER CULTUUR 65
worden, dat het palaeolithicum rondom de Middellandsche zee
in Frankrijk en Spanje zijn uitstralingshaard bezit.
**
W e hebben hier het Bijbelsch bericht van den Zondvloed en
de Torenbouw moeten laten rusten. Ontegenzeggelijk staan ze
met de historie der palaeo- en neolithische culturen in verband.
Maar welk is dat verband? Hebben we in de historie van Cham
een eerste volkerenverbreiding te zien, die later gevolgd is door
een andere, waarvan de oorzaak ons door den Bijbel in den toren-
bouw gegeven wordt? Zijn de eerste drie cultuurphasen van het
palaeolithicum, die met de verdwijning van den Neanderthalman en
zijn vuistwig-culturen ophouden, vóór den vloed? Ende Aurignacio-
Magdalénien cultuur, die postglaciaal is, misschien Chamietische
culturen na den vloed ? Mogen we in prae-dynastische Egyptenaren,
Lybiërs, Berbers, Iberiërs, Crö-Magnonmenschen, Guanchen (de
bewoners van de Kanarische eilanden), één volkerenketen zien van
het Oosten naar het Westen, van Chamietischen bloede ? Zoo
doet gedeeltelijk Pedro Nada in Ie Muséon (1886).
En hebben we dan in de dragers der neolithische cultuur de
eerste Indo-Germanen te zien, die door de uitdroging van de in
de pluviaalperiode waterrijke vlakte van West-Turkestan, Europa
van den Oeralkant binnenkomen?
Moeilijke vragen, die veel détail-studie vereischen. Maar een
heerlijk studieveld, waar nog groote syntheses kunnen getroffen
worden. Veel materiaal hiervoor ligt in anthropologische, archeo-
logische, geografische, geologische, ethnologische, praehistorische
tijdschriften voorhanden. En veel praehistorisch materiaal aan
werktuigen, wapens, ceramiek is in particulier en publiek bezit.
Evans, Schuchhardt en de Morgan hebben een praehistorische
synthese gegeven. Bij George Elliot Smith en zijn school zullen
wij in 't algemeen ons het best kunnen aansluiten. Hij en zijn
leerlingen werken hard aan monografiën omtrent de onderdeelen
van het prae- en proto-historisch probleem. ^*)
Is dat geen ,,brotlose" kunst? W a t voorbij ging, is toch voorbij?
Zelfs historici van professie zijn door deze opmerking een oogen-
blik in de war gebraeht. Kurt Sethe hield 't vorige jaar bij ge-
legenheid van 't 25-jarig JDestaan der Vorderasiatischen Gesell-
schaft, een rede over de „Ägyptologie", Hij bekent: „So habe
5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's