Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1922 - pagina 32

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1922 - pagina 32

2 minuten leestijd

22 JAARVERSLAG

laten spreken: Prof. Dr. A. A. van Schelven en Mr. H. Bijleveld.

Ik hoop, dat de keuze onpartijdig is. Z e is gebaseerd op het feit,

dat de eerste een jaar vóór, de tweede een jaar na een lustrum

de rectorszetel bezette. En uit hun jaarverslagen verzoek ik U

eenige passages wel te willen aanhooren.

Merkwaardig is de gelijkenis van de stemming uit dien tijd met

die uit ons corpsleven voor en na het laatst gevierde lustrum.

De gelijkenis zet zich zelfs in de uitdrukkingswijze voort. In dien

gouden tijd van ons 5e lustrum klaagde reeds de heer van Schelven:

„Ik zie bedenkelijke teekenen, dat de stilstand naar achteruitgang

h e l t . . . En ik vrees, de sterke beweging om het dulce op den

voorgrond te schuiven maakt den toestand eer slechter dan beter."

Misschien is het aangenaam voor hen, die korten tijd geleden alle

heil verwachtten van het vieren van een lustrum, dat de toen-

malige Rector aldus voortging: „Of ik dadelijk gevaar zie? Neen,

ik zie eerder het lustrum als een zich weer opstuwen van de golf

tot een zeer groote hoogte."

Doch, verder vooruitziend dan sommige lustrum-fanatici uit

jongeren tijd, lees ik verder: „Maar ik weet evenzeer dat, naar-

mate de golf hooger zich welft, het volgende golfdal holler en

dieper is."

Dit bleek maar al te spoedig juist te zijn gezien.

De eerste Rector na het lustrum was de heer Bijleveld. Als

hij in zijn jaarverslag aan de zoetheid der feestdagen even heeft

herinnerd, vervolgt hij aldus: „'t Zou iets van ironie krijgen, bij

de nu heerschende malaise te komen aandragen met een beeld

van voorbijgegane schoonheid; te meer waar het een open vraag

blijft, of zulks niet veeleer zou opwekken de gedachte: W a t zit

er toch nog een fut bij ons — dan een gevoel van schaamte, dat

zelfs die laaiende vlammen van het corps-vuur niet hebben ver-

moogd in ons te ontdekken en te belichten dien ouden (sic!) corps-

geest, die alleen in staat is, een stervend (iterum sic!) vlammetje

weer aan te blazen." En zoo ik nog even mag voortgaan met

dit citaat: „Hier vinde slechts deze wensch uiting, dat er ten

minste over vier jaar nog een corps zij, in staat om weer eens

het gansche gezin onzer Alma Mater bijeen te roepen, en dat

dan nog eens het oudere geslacht poge (nog eens: Sic!) zij't met

meer succes, den esprit de corps te verlevendigen." Ik meen te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Studentenalmanak | 146 Pagina's

Studentenalmanak 1922 - pagina 32

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922

Studentenalmanak | 146 Pagina's