Studentenalmanak 1922 - pagina 76
62 D E O O R S P R O N G DER C U L T U U R
van een modernen Europeer in schedelbouw en gestalte. En dan
heeft Piette gelijk, die in het Azilien een overgangsperiode ge-
zien heeft van palaeo- tot neolithicum. En dan is het verdwijnen
van zijn kunst en van zijn steen-techniek te verklaren, doordat zij
slechts teruggedrongen werd of verstrooid werd. Evans, ook
Boule en meerderen zien in de Boschjesmannen, die ook hun
impressionistische holenkunst kennen, en in de Eskimo's de uiterst
wonende nazaten van het beroemde geslacht.
Dus voortaan ex Occidente Lux?
Th. Mainage, Professeur d'Histoire des Religions ä l'Institut
catholique de Paris, meent het te moeten toegeven. ,,I1 semble —
zegt hij — que l'étincelle civiligatrice, jailhe en France ou dans Ie
nord de l'Espagne, se soit propagée vers Ie Nord, l'Est et Ie Sud." '^)
Maar vooraf heeft hij één juiste opmerking gemaakt, ,,Autre
chose est de se prononcer sur les origines de l'art. Autre
chose est de résoudre ie problème de Torigine des races." En wat
de oorsprong der rassen betreft, zegt hij: „Nous admettons que
rOrient est Ie foyer d'oü essaimèrent, après Adam comme après
Noé, tous les groupements humains qui ont ensuite peuplé la terre."
Dat zullen ook wij moeten toestemmen.
M a a r : kan het dan ook niet blijven: Ex Oriente Lux? W a t
Ed. Meyer en Sophus Müller aanvoeren, om te bewijzen, dat de
cultuur uit Oosten en Zuid-Oosten stamt en niet in Europa zelf-
standig is opgekomen, zooals o.m. S. Reinach wil, en ook niet
van uit het Westen zich naar het Oosten voortbewogen heeft,
zooals Schuchhardt, Wilke en Evans trachten aan te toonen, is
niet overtuigend. Want Meyer en Müller houden geen rekening
genoeg met het Palaeohthicum. '^) Een andere weg zal moeten
worden ingeslagen, om die oude meening staande te houden. En
dan kan tweeërlei overweging wellicht daarbij het spoor wijzen.
De fout van Schuchhardt en Wilke lijkt mij deze te zijn, dat
ze alleen rekening houden met het West-Europeesch palaeolithicum.
Maar de vondsten uit deze cultuur-periode beslaan veel ruimer
terrein. In Amerika, in Australië, Zuid- en Noord-Afrika, Egypte,
Syrië en Palestina zijn ze overvloedig. En nu moet dit wel toe-
gegeven worden aan Bumüller: „Man muss sich aber sehr davor
hüten, alle diese Typen für gleichzeitig zu halten. Dies ginge nur
auf Grund eines für alle Erdteile festliegenden genauen Stratigraphie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's