Studentenalmanak 1922 - pagina 71
DE O O R S P R O N G DER C U L T U U R 57
tegenwoordige „Circumpolarregion", neemt geleidelijk de plaats
in der vroegere warmte-fauna, die naar 't Zuiden vlucht.
Dan komen de gletschers, die om zich heen alles verkillen en
alles verkwijnen doen. Een trieste, donkere tijd voor Noord- en
Midden-Europa en ook de dalende ijsvelden van Karpaten, Alpen
Pyreneën maken de voorlanden onbewoonbaar. De langbehaarde
mammouth en de Siberische rhinoceros dwalen langs de gletscher-
zoomen en doordraven de toendra, die zich steeds meer naar
't Zuiden verschuift.
Dan komt het keerpunt. De zon breekt door alle grauwheid
weer heen. De jaren — wellicht eeuwenlange — winter trekt
zich terug naar het Noorden en een nieuwe lente komt met
nieuw licht alles overstralen en nieuwe geluiden klinken op uit
nieuw-gevlijde vlakten. W a n t de groote gletschers hebben van
het Scandinavisch gebergte en plateau 200 Meter afgeschoren en
ze hebben de laagvlakten geplaveid met hun erratische blokken
en daarover zand en leem en loss gespreid.
W a t gletscheroverdekt was, wordt toendra en van toendra
woud en wei, Baldur tooit de bruidelijke Erda met bloemen van
het voorjaar.
Het Aurignacien breekt aan, gevolgd door het Solutréen en
't Magdalénien. Het rijk van de grove vuistwig is uit. Haar dienst
is in microlithen gespecialiseerd. Nog altoos wordt vuursteen
geslagen en geretoucheerd. Maar de obiecten zijn meer gevarieerd
in vorm en afwerking. Lansspitsen, messen, krabbers, boren, zagen.
Daarnaast wordt been en hoorn en mammoeth-ivoor bewerkt. En
hier blijft het niet bij. Heel diepost-glaciale Aurignacio-Magdalenien-
cultuuc is de cultuur van een nieuwen mensch. Niet alleen technolo-
gisch, maar ook anthropologisch bestaat er groot verschil tusschen
deze 3 cultuurphasen omvattende periode en de Chelléo-Moustérien
periode, die ook 3 phasen omvat. De schepper en hanteerder
van de vuistwig is de ruwe, gedrongen, sterkgebeende Neander-
thalman, met zijn achterwaarts wijkend voorhoofd, met zijn snuit-
vormig vooruitgebouwde boven- en onderkaak, met zijn üit-stekende
wenkbrauwbogen en zijn breede neuswortel. En toch is hij een
mensch! ^)
De grijsaard van Cró-Magnon is de vertegenwoordiger van
een ras, dat niets onmenschelijks meer aan zich heeft. Slank is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's