Studentenalmanak 1922 - pagina 81
DE OORSPRONG DER CULTUUR 67
^) Ed Meyer Geschichte des Altertums" I, 2 (1913), p 944 beweert.
„ W i e denn aber auch sei, zweifellos ist, dass uns hier nicht ein
Mensch entgegentritt, sondern ein Individuum aus dei letzten Vorstufe
vor der vollendeten Ausbildung des Menschen
Hiertegenover zouden veel namen kunnen worden aangevoerd van
anthropologen van piofessie W e nemen alleen Boule „Ä mon avis,
1 Hominien du type de Neanderthal est bien un Homo (Les hommes
fossiles, p 240) ,,Celui-ci est deja un homme, malgre 1 mferionte
morphologique de son cerveau et nullement un pre-Homme, car avec
son squelette, gisent pêle-mêle les instruments de pierre qu il savait
fabriquer, les charbons et les cendres du foyer qu il savait allumer et
ahmenter , (p 459 v v )
') Henry Fairfield Osborn Men of the old stone Age (1916), p 260
'") Schuchhardt, Alteuropa etc , p 35
") Moritz Hoernes Urgeschichte der Menschheit (1912), p 48 v v
'^) Heinrich Driessmanns Der Mensch der Urzeit (1907), p 46 v v
'=) Ed Meyer, Gesch d Alt I, 2, p 816, 939
'*) Paul Rohrbach, Gesch der Menschheit (1915), p 9 v v
'^) M Boule Les hommes fossiles, p 331 v v
'^) ] de Morgan, I Hum preh , p 78
'") Schuchhaidt, Alteuropa etc, p 333 v v
'^) T h Mainage, Les religions de la Prehistoire(l Age paleolithique (1921), p 417
''') Meyer zegt m zyn meer aangehaald werk omtrent zijn schets van het
palaeolithicum zelf „So ist auch die hier gegebene Skizze sehr unzulänglich
und wird manche Fehler enthalten , p 818
^") ] Bumuller Die Uizeit des Menschen (1914) p 80
2') Joh Walter, Das Gesetz der Wustenbildung (1915),p 95, pp l l l , 9 5 , v v 310v.v
^') Helene Wiszwianski, Die Faktoren der Wustenbildung, (Veröffentlichungen
des Instituts fur Meereskunde (1906), p 87
^) Osborn, Men of the old stone Age, p 322 v v
^) Reeds een 20-tai studies van de hand van Smith zelf en van zijn leerlingen
W J Perry en ] W Jackson zijn verschenen Het zijn studies omtrent
de z g heholithische cultuur Onder het hehohthicum verstaat Smith c s een
bizonder neolithicum dat zijn uitstralmgshaard vind aan de Z O en Z . kust
der Middellandsche Zee en zich vandaar vooral langs de kuststreken der O
en N Wereld verbieid heeft Typische karaktertrekken van die cultuur zijn
circumcisie, couvade, megalithische bouwwerken (dolmen menhirs) tatoeeering,
zon- en slangendienst, het gebruik van het symbool der Swastika etc Ver-
breiders van die cultuur is het z g brunette, dolichocephale, Mediterreane
ras Zie o a. Smith The Migrations of Early Culture (1915) Ook dit
hehohthicum wijst op samenhang van neolithicum en palaeolithicum Zie
J W Jackson Shells as evidence of the migrations of Early Culture (1916),
p 134-131
^) J. G. Droysen, Grundriss der Historik, §§ 89, 91
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's