Studentenalmanak 1922 - pagina 69
DE O O R S P R O N G DER C U L T U U R 55
eolithische periode, die gedeeltelijk zou vallen in het tertiaire tijdvak
der aardgeschiedenis.
Maar in het vroege quartaire tijdvak zijn sporen van menschen
en culturen ontwijfelbaar. Twee onderperioden zijn hier te onder-
scheiden: het pleistoceen en het holoceen, of het diluvium en het
alluvium. In de pleistocene periode vallen nu de cultuurobiecten en
de fossielen van menschen, die in West-Europa praehistorisch zijn
en tot het z.g. palaeolithicum behooren. Met het holoceen begint
het neolithicum.
Scherp zijn pleistoceen (diluvium) en holoceen (alluvium) van
elkaar onderscheiden. Het eerste is de tijd der groote gletschers,
die toenmaals heel de Noordelijke aarde overkappen kwamen tot
Midden-Duitschland toe. Ook de gebergten waren zwaar met
ijs beladen en bedekten er hun voorland mee. Penk en Brückner,
die de Alpengletschers hebben onderzocht, constateerden een
vier-keerige terugkomst van den ijstijd. Boule, die de Pyreneen
in dat opzicht bestudeerde, kwam tot het aantal van 3
glaciaalperioden. ^) In Noord-Duitschland, waar een volgende
verijzing de sporen verwoestte van de vorige, kwam men niet
tot overeenstemming, al spreken daar ook geologische verschij-
ningen van meer dan één ijsbedekking.
Het palaeolithicum is daarom de cultuur van den ijstijd. En nu
staat het vast dat ook de Kaukasus, de Parapamisos, het plateau
van Iran, de gebergten van Klein-Azië en de Libanon herhaaldelijk
in dien tijd met groote gletschers waren behangen en hun om-
geving doopten in ijs. De cultuur van het oude Orient begint
pas, nadat de gletschers zich naar de toppen der gebergten terug-
trekken. Dan pas bloeien in Mesopotamie culturen op en ook
het Nijldal krijgt dan zijn tegenwoordigen vorm, en Abydos,
Memphis en Negada kunnen dan pas daar ontstaan. Als de
Morgan de verspreiding bespreekt van de oudste palaeolithische
cultuur-voorwerpen, zegt hij: „lis sont défaut en Scandinavië, en
Ecosse, en Islande, dans Ie Nord de l'Angleterre, de l'AUemagne,
de la Russie, en Suisse, au Tyrol, dans les plateaux de l'Arménie,
de riran, du Tibet, de la Mongolië, en Chaldée, au Nord de
l'Amérique Septentrionale, c'est ä dire dans les pays inhabitables
ä l'époque glaciaire ou qui, en ces temps, n'étaient pas encore
sortis des eaux." ')
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's