Studentenalmanak 1922 - pagina 75
D E O O R S P R O N G DER C U L T U U R 61
Orchomenos, Kreta, Malta, Melos, Boghaskeui, zelfs in het
Atriumhuis van Pompeji er de voleinde realisatie van. Hij wijst
ook op de wijze van begraven. De dooden worden met opge-
trokken knieën op zij gelegd en de handen worden geheven. Een
roede verfstof wordt over het lijk gestrooid. Deze gewoonte zet
zich in het neolithicum door. Later wordt een rood kleed mee-
gegeven in 't graf. Wanneer Paus Leo XIII op zijn praalbed met
een roodzijden dekkleed bedekt wordt, ziet hij hierin een gemodifi-
ceerde voortzetting der palaeolithische gewoonte der „Rötelbeigabe."
„Rot und Tot" is het artikel van v. Duhn in het „Archiv für
Religionswissenschaft", 1906. Schuchhardt sluit zich daarbij aan.
„lm Völkergedanke ist die Farbe des Blutes immer die Farbe des
Lebens gewesen", zegt hij. Al zijn argumenten kunnen we hier niet
aanvoeren. Arthur Evans geeft in zijn openingswoord ter gelegen
heid van de vergadering van het Britsch genootschap tot be-
vordering der wetenschappen" 1916, voor 'teersteen „praehistorische
synthese." Ook hij wijst op het voortleven van palaeolitische
cultuurelementen in de latere Egyptische en Minoische beschavings-
perioden, o.a. op de steatopyge godsidolen in de Aegeïsche cultuur.
Het pa'aeolithicum kent in zijn laatste phasen zulke figuren ook.
Georg Wilke is bijna onuitputtelijk in het aanvoeren van voor-
beelden om te bewijzen, dat het palaeolithicum vooral in zijn
Magdalénien-periode invloed heeft op de neolithische, en de latere
koper-, brons en ijzertijd.
Hun voorbeelden zijn frappant.
En het hoogst merkwaardige van 't geval is, dat in de Aegeische
Z e e nimmer sprake is geweest van een palaeolithicum. In Egypte
vinden we op de plateau-hoogten langs het Nijldal alleen Chelléo-
Moustérien cultuur, waarbij, met voorbijgang van de laatste 3
palaeolithicum-phasen, het neolithicum als een totaal nieuwe periode
aansluit.
Dat is een vreemde historie 1
De geest van den Crö-Magnon mensch zweeft zelfs door landen
waar hij persoonlijk nooit schijnt geweest te zijn. En hij zelf zou
door een catastrophe in Z.-West-Europa om 't leven zijn gekomen I
Leeft hij dan nog ? Schuchhardt zegt: ja! Evans ook. Boule
eveneens. Wilke vindt hem overal terug. En de Anthropologie
spreekt ook in die richting. De Crö-Magnon mensch is het type
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's