Studentenalmanak 1922 - pagina 74
60 DE O O R S P R O N G DER C U L T U U R
Of zijn het de ondergangsphasen van den Magdalénien-bloeitijd?
Of zijn het de aanvangsstadia van het Neolithicum ? Zekerheid
is het hier nog niet. J. de Morgan is een voorzichtig man, ver-
grijsd in zijn praehistorischen arbeid ; een vorscher, die glimlacht
over de al te voorbarige conclusies zijner jongere collega's; die
onophoudelijk waarschuwt, omdat hij zoo diepe kennis der zaken
heeft en die het doen mag, daar hij zijn sporen op het praehis-
torische veld heeft verdiend. Hij bracht de codex Hammurapi aan
't licht. W e willen naar hem hooren: „Cette disparition avec
l'abandon des arts, si développes chez les Magdaléniens, laissent
è penser qu' en dépit des raisonnements et des conclusions de
la plupart des préhistoriens il existe une lacune dans nos connais-
sances, hiatus dont l'existence ne peut être niée. Les phénomènes
qui ont pris place è cette époque et qui ont cause cette lacune
étaient assurément d'ordre naturel, sans quoi Ie mammouth, Ie
bison et bien d' autres animaux encore ne se seraient pas subite-
ment éteints. Quant ä la disparition des arts, eile est complete,
OU du moins, les timides tentatives des premiers temps de l'industrie
mé-solithique et néohthique ne sont certainement pas une dégénéres-
cence de l'art des cavernes: car elles ne se présentent pas inspirées
par Ie même esprit". '^) Alzoo ook bij hem het vermoeden van
een natuur-catastrophe, die aan het palaeolithicum een eind maakt,
't Is een mysterieuze geschiedenis met het palaeolithicum. Eerst
die breuk tusschen de chelléo-mousténen-phase eenerzijds en de
aurignacio-magdalénien-phase anderzijds en nu weer dat onhoor-
baar verdwijnen van die laatste phase.
Van dien „Ondergang van het Avondland", willen Schuchhardt,
Wilke en Evans niets weten.
„Dies Kulturbild des jüngeren Palaeolithikums — zegtSchuchhardt —
wirkt keineswegs wie eine weitentfernte, weltfremde Insel. Nicht
wenige starke Brücken führen von ihm zu dem Festlande der
neolithischen und späteren Kulturen in Nord- und besonders Süd-
europa. Vieles, was in den durcheinandergeschobenen Verhältnissen
der späteren Zeiten unklar geworden ist, kann aus dem einfachen
ersten Entstehen im Paläolithikum seine Entwirrung und Deutung
erwarten." '^) Hij wijst op de omtrekteekeningen van hutten op
de grottenwanden van den ouden steentijd. En ziet in Tiryns,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's