Studentenalmanak 1922 - pagina 72
58 DE O O R S P R O N G DER C U L T U U R
hij gebouwd, alle lichaamsdeelen zijn normaal evenredig, het voor-
hoofd is hoog, en de wenkbrauw-bogen treden niet sterk uit het
voorhoofd naar voren en boven- en onderkaak zijn als bij den
modern-europeeschen mensch. Hij is de drager van de post-
glaciale cultuur, die nog niet neolithisch is. Hij is de bewerker
van been en ivoor. Hij schildert op de rotswanden zijn vallende
bisons, en grift in het elpenbeen zijn indruk van een voorbij-
stuivende rendierentroep, zóó meesterlijk, dat niemand hem meer
overtreffen kan. „Die Kunst ist stets am Ziel", zegt Schopenhauer.
Dat geldt reeds voor de kunst van den Crö-Magnon mensch.
„The arrival of the Cro-Magnons toward the end of the
Mousterian times affected a social and a race replacement of so
profound a nature, that it would certainly be legitimate to separate
the Upper Palaeolithic from the Lower by a break." ^) Osborn
citeert hier Henri Breuil. Ook Schuchhardt oordeelt zoo. '")
Inderdaad wordt dan ook door elk praehistoricus het palaeoli-
thicum in tweèn gedeeld. Chelléen, Acheuléen. Moustérien
vormen het „Alt-Palaeolithicum; Aurignacien, Solutréen. Magda-
lénien het Jüng-Palaeolithicum." Osborn spreekt v a n : Lower
and Upper Palaeolithic; de Morgan noemt alleen de eerste 3
phasen samen Ie Paléolithique, en spreekt van de laatste 3 als
van „Archéolithique." Overigens onderscheidt men in Frankrijk
„Ie Paléolithique inférieur" en „Ie Paléolithique supérieur".
* *
*
„Een kind zonder moeder en een moeder zonder kind" (Proles
sine matre creata, mater sine prole defuncta). Zoo heeft S. Reinach
de kunst van den Crö-Magnon mensch genoemd. Niet ten on-
rechte. W a n t ze verschijnt in perfecten staat plotseling na het
hoogtepunt van den laatsten ijstijd, zonder voorloopster te hebben
in de Chelléo-Moustérien-periode. Maar even plotseling als ze
verscheen, verdwijnt ze weer. Het neolithicum kent niet de kunst
der holenschildering en pas in de Minoïsche periode komt weer
een impressionistische kunst op in het oostelijk bekken der Mid-
dellandsche Zee. Maar dan is zelfs het neolithicum al lang achter
den rug en zitten we reeds ver in den bronstijd.
W a a r is het West-Europeesche palaeolithicum gebleven met haar
bewerking van het ivoor, van het been, haar sculptuur, haar
polychrome kunst?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1922
Studentenalmanak | 146 Pagina's