Studentenalmanak 1923 - pagina 33
JAARVERSLAG 29
eenmaal terug mogen komen op de parallel, die ik zoo juist
trok tusschen de burgerlijke samenleving en die der studen-
ten — evenals, wanneer in de groote maatschappij het huis-
gezin bloeiend en sterk is en het z'n plicht tegenover de
gemeenschap verstaat, die bloei en die kracht de maat-
schappij het meest ten goede komen, zoo zal dit ook zijn in
onze studentenwereld. Wanneer daar het leven in club of
kring intens is, zal het Corps door het krachtige leven, dat
men bezit, slechts versterkt en opgeheven kunnen wor-
den natuurlijk, mits men gemeenschapszin bezit en
oog kan hebben voor wat ik zoo juist noemde „de diepere
zin van onze vereeniging".
En zooals ik zoo juist zeide, het gemis van dit laatste is
het groote gebrek van onze tegenwoordige studentenmaat-
schappij, ook aan de V, U. Het besef der gemeenschap is
zoo weinig aanwezig; en voor zoover men nog een diepere
beteekenis in ons Corps ziet, vervalt men maar al te vaak
tot eenzijdigheid, en neemt deze diepere beteekenis alleen
in religieus-politiek-socialen zin, een richting, die m.i. vooral
niet te veel de aandacht van het studentencorps mag vragen.
Want het Corps is niet in de eerste plaats inleider en voor-
bereider tot het groote leven, dat we straks zullen ingaan,
maar moet wel voornamelijk zijn uitbeelder van het kleine
leven, dat we in blijde vrijheid op dit moment als studenten
leven.
Nadat ik U in deze inleidende woorden m'n indruk van
het tegenwoordige studentenleven aan de V. U zoo zuiver
mogelijk heb trachten weer te geven, wil ik thans overgaan
tot het „feitelijk" jaarverslag en de draad der gebeurte-
nissen opnemen daar, waar m'n voorganger deze heeft laten /
liggen.
Om eerst hen te gedenken, die uit onzen kring werden
weggenomen, moet ik beginnen met dien eenen, die een zoo
vooraanstaande en eervolle plaats in ons midden heeft inge-
nomen, Herman Doorn, de zoo begaafde jongen, het zoo
hoogstaande karakter, die in schuchtere vroomheid niet
meer dorst stamelen dan wat in z'n grafsteen staat gebei-
teld; „den zoom zijns kleeds heb ik aangeraakt"; den 24en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1923
Studentenalmanak | 158 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1923
Studentenalmanak | 158 Pagina's