Studentenalmanak 1923 - pagina 99
METHODE VAN TROELTSCH 89
") Ges. Sehr. II p . 733.
äoj Ges. Sehr, II p. 733.
^^) Ges. Sehr, II p. 738.
=2) Ges. Sehr. II p. 748.
==) P. R. E. 2 VIII 612—637 art. van Troeltsch.
^') Citaat van Rickert, aangehaald Ges. Sehr. II p. 696.
Op dit moeilijke probleem der historische normen kan niet
verder worden ingegaan, 't Is het kernprobleem der cultuurphi-
losophie van Rickert-Windelband. Het kritisch Idealisme, dat
ook de Marburgerschool van Cohen en Natorp en Vaihinger's
Philosophie des Alsob voorstaan, is hun uitgangspunt. Deze allen
zijn Neokantianen, maar iedere groep werkt een bepaald deel
van Kant's Philosophie uit. Met Idealisme bedoelen Rickert en
Windelband de prioriteit van het bewustzijn (denken, vorm)
boven de ervaring (zijn, inhoud), met kritisch de onderscheiding
in den bewustzijns-inhoud.Wetenschap, zedelijkheid, kunst, religie
hebben hier dus zelfstandige beteekenis. De kentheorie is grond-
slag van hun philosophie; de transcendente metaphysica ver-
werpen ze, zij kennen slechts een immanente metaphysica, die
eenheid geeft aan hun systeem van normen en waarden. Door aan
te toonen, dat alle wetenschap van een formeel apriori uitgaat,
de natuurwetenschap, dat irgendwelche algemeene oordeelen en
de geschiedwetenschap, dat irgendwelche w a a r d e n absoluut gel-
den, hebben zij voor de laatste een eigen methode gevindiceerd
en zoo het naturalisme overwonnen. Het denken erkent het zijn
door een persoonlijke daad, waarvoor ieder verantwoordelijk
blijft. Zoo kunnen we ook de realiteit van een goddelijke wereld-
macht, die zich openbaart in de historische religies, alleen door
een persoonlijke daad erkennen. De godsdienstphilosophie van
Troeltsch past geheel in dit kader. De religie wortelt in het
normbewustzijn, dat boven de drie functies van onzen geest uit-
wijst n a a r het Absolute, en de redelijkheid, waarheid en zelf-
standigheid der religieuze verschijnselen waarborgt. Het trans-
cendentalisme geeft geen kennis van dingen, maar van voorstel-
lingen, niet van God, maar van voorstellingen over God. De reli-
gieuze verschijnselen kunnen dus alleen object zijn der
Theologie. Nu legt Troeltsch wel nadruk op de transcendente
metaphysica, maar de objectiviteit van het wonder der bijzon-
dere Openbaring kan hij door zijn idealistisch uitgangspunt nooit
tot zijn recht doen komen. Het algemeen menschelijk normbe-
wustzijn geeft ten slotte de kritische maatstaf voor de beoordee-
ling der feiten. Doch zonder het subjectieve wonder kan men het
objectieve wonder niet erkennen. Het geloof is dan ook bij hem
een actieve, spontane, vrije daad van onzen geest, niet van Gods
Geest, die ons dringt tot het geloof door innere Ueberführung.
Het eigenaardige bij Troeltsch is, dat hij wel een inwerking Gods
op het bewustzijn der genieën aanneemt, zoodat heel de geschie-
denis hem spreekt van God, maar onder invloed van het natuur-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1923
Studentenalmanak | 158 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1923
Studentenalmanak | 158 Pagina's