Studentenalmanak 1923 - pagina 44
40 JAARVERSLAG
voldoende ingedacht, dan zouden ze zich niet hebben laten
overreden tot handelingen, zooals ze dit jaar vertoond
hebben.
Wel heeft de ervaring van dit jaar ons geleerd, dat de
Senaat niet vaak genoeg en ook nooit te duidelijk aan de
aankomende studenten hun rechten en plichten kan voor-
houden.
Zoo ben ik dan nu gekomen tot het einde van dit jaarver-
slag en heb U naast een opsomming van feiten de toestanden
trachten te teekenen, zooals ze zich in 't verloopene jaar in
het Corps hebben voorgedaan.
Ik noemde U als de twee hoofdfouten, die ik in 't corps-
leven van tegenwoordig meende te zien; gebrek aan actieve
belangstelling, en een onvoldoende besef van de breede be-
teekenis, die het Corps eigenlijk in ons leven moet hebben.
Toch moet men uit het noemen van deze bezwaren niet
opmaken, dat ik somber gestemd ben t. o. v. van ons heden-
daagsch corpsleven. Integendeel meen ik zeker over vooruit-
gang te mogen spreken, wanneer ik dien tijd vergelijk met de
corpstoestanden van voor tien jaren. Dan is de onderlinge
naijver en partijpolitiek heel wat verminderd, en ging de
stroom met heel wat meer kalmte en effenheid z'n weg dan
vroeger. Daarom kan ons devies, het Nil Desperandum Deo
Duce, thans zuiverder weerklinken dan wel eens het geval
is geweest, en is het me een voorrecht te kunnen eindigen
met de hartelijk gemeende wensch:
Vivat, crescat, floreat corpus nostrum.
Ik heb gezegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1923
Studentenalmanak | 158 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1923
Studentenalmanak | 158 Pagina's