Studentenalmanak 1924 - pagina 107
OCHTEND.
In droom drijft angst langs nooit-gekende wegen.
Schreit droeve klacht om nooit-doorpeilde pijn,
O! al wat zuiver was, nu zoo onrein,
waartoe w'ons met aandachtig' harten negen. .. .
Totdat de milde morgen kwam, met vege
deining eerst, en dan het hel refrein
van luid-uitschallend licht: de klare schijn
der zon, aan verren einder opgestegen!
Toen zijn we, schuchter-wetend, U gaan klagen
den nood van onze zielen. Toen, bij 't rijzen
van koelen ochtend uit den nevelnacht
hebben we U ons arme hart gebracht,
de levenslijnen naar U heen doen wijzen,
in deemoed U ons leven opgedragen!
E. G. v. T
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924
Studentenalmanak | 152 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1924
Studentenalmanak | 152 Pagina's