Studentenalmanak 1927 - pagina 134
120 DE BLOEMENVERKOOPER
maar dit: dat zij 't was! En hij bood z'n mooie bouquet
voor 'n heel lagen prijs. Toen Jan, nijdig, nóg lager — en
opeens had hij 't meisje zijn bloemen in de hand gedrukt
en heesch gefluisterd; „Luister niet naar hem, juffrouw,
alstublief, neemt u ze maar,"
„O dank u, dank u", had 't meisje gezegd en hel gelachen
uit haar donkere oogen,
„Dank u, dank u", zong 't nog in hem, toen ze weg was,
en J a n achter hem te schateren stond om zijn stommiteit —
„dank u, dank u!" — En sindsdien had hij haar eiken
morgen 'n met zorg samengebrachte bouquet gegeven, ze
had eerst willen doorloopen, maar langzamerhand was ze
er aan gewend geraakt, 't Eenig vervelende was de lach
van J a n en Piet, als zij er aan kwam. Nooit had hij er aan
gedacht, dat ze wel 's 'n morgen kon wegblijven, of 'n
straatje omloopen, omdat ze niet gediend zou zijn van z'n
bloemen, 't Was dan ook nooit gebeurd. Langzamerhand
had hij zijn bouqetten grooter gemaakt, want eiken dag, als
hij iets nieuws had, 'n nieuwe bloem, 'n nieuwe schikking,
lette hij op de verrassing die dan flonkerde in haar oogen.
Met zijn bloemen op haar arm, zag hij haar dan langzaam
gaan. Ze schudden zachtjes op de maat van haar stap; en
dan zou hij haar wel méér willen geven, alle boomen waar-
onder ze liep, alle grillige bloemen die hij eiken dag in
étalages zag, aäronskelken, azalea's, groote bossen, man-
den, priëelen, die allemaal mee zouden schudden op de
maat van haar lichaam.
Hij verkocht ook niet veel, de laatste dagen, Z'n mooiste
bloemen gaf hij weg, en andere menschen zag hij bijna niet,
zoo droomde hij. Al gauw hadden ze 't thuis gemerkt. Bui-
ten de stad bewoonde hij een van de houten huisjes, waar-
langs wandelaars laat komen en licht binnen zien en dan
droomen van groot geluk dat in stilte bestaat. Altijd bracht
hij iets mee, in de stad, iets van den hemel der weiden,
maar de menschen zagen 't niet aan 't kleine kereltje dat
geld trachte te verdienen met wat verlepte bloemen in half-
verroeste bussen. Aarzelend reed hij ze 's morgens de stad
binnen, z'n dan nog frissche vracht, die er niet Öiuis hoorde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1927
Studentenalmanak | 180 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1927
Studentenalmanak | 180 Pagina's