Studentenalmanak 1927 - pagina 146
SCHOONHEID.
o zee, waarom dwingt ge mij immer te luistren
naar 't lied dat mij riep, tot ik diep uit de landen
terugkwam en zwerf langs uw eenzame stranden,
waar 'k ween om de troost, die uw lippen mij fluistren,
O, klaag om mijn tocht, waar het Licht moest verduistren,
om zwoel-heeten nacht, die mijn slapen doet branden,
om smaad van den ketting van voeten en handen,
geschakelde zonden, die schurend mij kluisteren.
Ach, wentel, nu 'k wankel naar 't ouderlijk huis,
niet meer, om der golfranden steunende rijm,
uw deinende strofen met glijdend geruisoh:
gewekt uit een waan, waar ik duizlend in zwijm,
omspoelt me de spot van uw troostloos gesuis
en druipt langs m'n lijf slechts uw slik en uw slijm.
K, J. V, D,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1927
Studentenalmanak | 180 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1927
Studentenalmanak | 180 Pagina's