Studentenalmanak 1927 - pagina 129
MIST-AVOND AAN DE GRACHT,
Nu daalt een nevel-nacht
op de stille, glimmende gracht,
waar in èven-bewegend gedein
het lioht breed-wiegelend giltst
tot verstervende ritsen gerekt.
Geen verstrakking van strenge vormen wekt
uit de peinzende droom over 't weeke zijn
van de mist-nacht.
Gebroken is hier de stemming der stad;
de huizen staan in vervagende lijn
maar stom te staren in nevel, die langzaam trekt
om de druipende dorrende boomen,
In bleek-gele stralenkrans plekt
een lantaarn;
wakende wacht in de nacht
wiens licht wenkt, tot veilig is verder gegaan
de eenzame die er nog loopt, In zijn hart
is een vrome vree van verstillende wacht
tot Gods bijzijn opheft de vlucht
van zijn droomen....
D, Br, Jr.
(f^^S^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1927
Studentenalmanak | 180 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1927
Studentenalmanak | 180 Pagina's