Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1929 - pagina 145

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1929 - pagina 145

2 minuten leestijd

VLOEK 129

sterk afgesloten, de wemdelplaats voor de vrouwelijke

krankzinnigen der stichting.

De lach, de blijdschap in mij besterft, als wanneer

iemand in een stille buitenavond plotseling een grove vloek

uitbraakt; besterft, zooals de lach bij kinderen verstomt bij

een onverwachte donderslag.

Een wereld van namelooze ellende en onuitsprekelijk

leed verschijnt mij kil-duidelijk.

Die reeds grijzende vrouw die daar in een akeligen draf

al maar holt dat kleine stukje tusschen twee dennen, al

maar heen, en al maar terug, steeds harder, met wijden

armzwaai langs haar lichaam, en van moeheid zwoegende

borst, 't gelaat angstig vertrokken als vreest zij te laat te

komen, als een pasgevangen vogel, die rusteloos heen en

weer vliegt, tot hij zich de vleugels stuk slaat tegen de

tralies van de kooi. . . .

Langzaam en bedaard, met logge deining van haar zware

lichaam loopt daar een ander kalm heel het pad rond, afge-

stompt door 't lange lijden, waarvan ze zich niet meer

bewust schijnt; akelig rauw, hard schelt haar lach op; dom,

wezenloos, wreed staat haar gelaat als ze lacht, l a c h t . . . .

Een klein tenger menschje staat stil, het hoofd diep op

haar borst, terwijl ze tuurt, tuurt naar iets vóór haar op

den grond, en al maar klaaglijk krexmt; ,,o, o-o, o" op

zoo'n in-droeve toon, dat alles koud wordt in m i j . . . .

Zich moeilijk voortbewegend komt er daar weer een 't pad

af, een kind nog bijna, de handen nu eens geprest tegen

haar zwanger-zware lijf, dan weer gestompt tegen haar

borst; fel brandend, rood staan haar oogen en wild, wreed

snerpt, krijscht ze haar kreten uit, die snijden door alles

heen.

Angst, woede, haat zwiept ze de lucht in.

Dan plots krast ze heesch met pijnlijk verwrongen gelaat,

en woest rollende oogen, 't schuim om de lippen, in één

wilde woordenjacht haar weedom uit, tegen al die ongc-

lukkigen om haar, die haar niet zien, niet hooren, die haar

droeve gang niet staken, berstens-^ol van eigen leed en

jammer, of dood reeds voor eigen en anderer smart,

9

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's

Studentenalmanak 1929 - pagina 145

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's