Studentenalmanak 1929 - pagina 142
DE VLIEGENDE HOLLANDER.
„....Und verdammt zieht er nun durch
das Meer ohne Rast, ohne Ruh!"
WAGNER.
Wij voeren eeuwen voorbij zee en strand,
Nog nimmer vonden wij ons vaderland.
Wanneer de stormen dondrend om ons staan
En alle barken dreunend ondergaan —
Wanneer de bliksem speelt door 't steile want
En maimen vloeken en weenen bij 't strand
Der duisternis, die zij niet kennen wilden,
Maar waar nadien hun trotsche drift verkilde —
Wanneer het kermen van een laatst gevecht
Het duister schendt en hun pleit is beslecht —
Dan zingen wij ons somber smeekend lied,
Maar niemand ons nog aan den dood verried —
Dan zingen wij ons somber zacht refrein:
„Ach, dat ergens voor ons een land mocht zijn,
„Waar wij, vermoeid van dit mateloos zwerven
„Genezen van heimwee en 't donkere derven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Studentenalmanak | 218 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929
Studentenalmanak | 218 Pagina's