Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1929 - pagina 151

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1929 - pagina 151

2 minuten leestijd

MIDZOMERDAG 135

De lange geerstebaren legden zich in vlottende schoon-

heid.

Een frissche weltierige warmte streek over de auwen.

„Kijk", zeiden ze aan malkaar, „zie dat kachelken 's

rood staan, 't Zal straf zijn vandage, zulle!" Maar z'en

viraren niet beduusd. Ze loechen luide.

Hun geestdriftigheid schetterde over 't land. Ze zongen

hoog op in de morgendlucht en floten Vlaamsche liedekens

op voois van den pikkezvvraai.

En stadig klom de zonne hooger en de warmte begon op

't land te wegen.

De zon begon duchtig te worden en haar star gestraal

ging langzaam de mannen bevangen.

In blakenden brand lag daar de akker te smoren.

Toen loechen de pikkers maar smallekens meer.

Op hun bronzen wezens begon het zweet te perelen,

maar ze vonden 't goed te zweeten nog voor de hitte hen

deren ging.

Ze staalden hun krachten en gingen voort in rustige

doening.

En de middag steeg in aangroeiende benauwing.

De warmte walmde over het land en helle heette sleepte

doomend langs de einders.

De zonne speitte haar vier.

Vlammende flitsen denderden neer. De hemel was lijk

een doorgloeide oven die gulpen vloeiend zilver goot.

Er glinsterde een geweldige klaarteglans over de gül-

dene velden.

De aarde lag te hijgen onder steeds vlammender zonne-

laai.

Er was geen windeke meer, dat nog op de auwen

wiebelen wou.

Geen pikker meer die nog iets zeggen zou. Ze bogen

zich diepe, staken den kop in de branding van hitte die

opsteeg uit de opschurfelende grond en neerdaverde op

hun reel de ruggen en roestig haar.

Ze ademden met korte schokken bij eiken pikkezwaai.

De benauwing smoorde hen toe. Het zweet stroelde hen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's

Studentenalmanak 1929 - pagina 151

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's