Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1929 - pagina 132

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1929 - pagina 132

2 minuten leestijd

116 O V E R CHRISTELIJKE P O Ë Z I E

mende Classicisme, dat wel een van zijn voornaamste poëti-

sche wetgevers vond in Boileau;

,,Aimer done la raison; que toujours vos écrits

Empruntent d'elle seule et leur lustre et leur prix."

En Voltaire schreef: ,,Tout vers, qui n'a pas la précision

de la prose la plus exacte, ne vaut rien," Ja, dieper ver-

nedering nog moest de poëzie ondergaan vanwege de ver-

lichte geesten der 18e eeuw. Verklaarde een hunner niet,

dat zij was: ,,une pauvre chose, un amusement de l'esprit

et un moyen pour Ie mieux disposer ä d'autres occupa-

tions." ^)

De Romantiek eerst bleek weer oog te hebben voor het

mysterie in de poëzie. Het zou ons te ver voeren ook maar

eenigszins uitvoerig de uitslagen van de vaak diepgaande

onderzoekingen der Romantici te vermelden; genoeg zij het

op te merken, hoe men in Frankrijk en Duitschland, maar

vooral in Engeland, weer op duidelijke wijze het grond-

verschil tusschen poëzie en rede, poëzie en amusement,

poëzie en moraal constateerde; hoe men den dichter weer

beschouwde als een ziener, als vates, en de poëzie als een

goddelijke tijding. En sindsdien hebben latere esthetici, op

hun uitkomsten voortbouwend, het wezen der dichtkunst

steeds zuiverder leeren zien. Men trachtte door psycholo-

gisch-experimenteel onderzoek haar eigenschappen te be-

naderen; men nam den dichter en zijn poëtische werkzaam-

heid als uitgangspunt om vandaar verder door te kunnen

dringen in het geheim der poëzie. Of ook, men vroeg zichzelf

af, wat men onderging bij 't genieten van poëzie. ,,We

ondervinden", getuigt Eeckhout in zijn opstel over Zuivere

Poëzie'), ,,een wondere charme. . . . Plots zijn we overrom-

peld en overmand. . . . we staren voor ons uit en wenschen

niet verder te lezen, maar ons heel en al over te leveren

aan de overheerlijke bedwelming van dien zoeten dwang.

Dat heeft ondervonden, alwie vatbaar is voor poëzie." En

niet ten onrechte merkt hij dan op, dat het specifiek-poëti-

^1 J. Buifier, Traite philosophique et pratique de poésie, aange-

haald door Bremont. Prière et Poésie, p. 50,

2) J, Eeckhout, Litteraire Aktualiteiten. Brussel 1927. p. 12.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's

Studentenalmanak 1929 - pagina 132

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's