Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1929 - pagina 157

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1929 - pagina 157

2 minuten leestijd

MOEDER HI

hoe hij gezocht had naar 'n uitweg, die er niet was. Ze wist

hoe de auto toen over hem heen reed. En ze wist, hoe hij

stierf in dat ogenblik; Dat hij niet eens meer de tijd had

gehad om „Moeder" te zeggen. Ze wist het, als was ze

getuige geweest. Wanneer ze dacht aan het bleke gezicht

van den man, dat 't verteld had, wist ze het weer. De bleke

man was steeds bij haar. Dus wist ze al deze dingen altijd.

't W a s avond, toen ze hem tuis hadden gebracht. Drie

dagen had hij daarna nog gelegen in de kamer, waar ook

zijn vader den dood had gezien. De dood hoorde tuis in

die kcimer. — Toen hadden ze hem weer weggebracht,

2,

W e r d ze waanzinnig? Ze wist wel beter. Maar ze leefde

niet meer. Haar hart klopte niet langer: Ze was niet meer

Moeder,

Nu stond ze den helen dag stil op den weg. Dat andere

mensen nog voort konden leven, verbaasde haar. En dat

er nog verlangd werd, was vreemd.

Ze wachtte iederen dag op den avond. Dan werd het

stiller. Gingen er minder mensen voorbij. Zodat ze niet

merkte, hoe ze achterbleef. Minder eenzaam voelde ze zich.

wanneer ze alleen was.

Eén ding beangstigde haar.

De mensen gingen zo snel. Wie haar in den morgen

voorbijging, zag ze des middags niet meer. Zover waren ze

haar al vooruit. En ieder ogenblik kwamen weer andere

mensen, Den gansen dag zag ze vreemde, verwrongen ge-

zichten. Dat was heel moeilik om te begrijpen.

Maar ze werd angstig, wanneer ze aan God dacht. Hoe

zou het zijn, wanneer Hij straks voorbijkwam? Ze had Hem

dikwijls ontmoet in haar leven. En was dan een eind met

Hem meegegaan, — Dat gaan naast God was aangenaam

en heel goed, — Maar ze liep steeds zo snel, dat ze ieder

vooruitkwam. En zo was 't gebeurd, dat ze, ineens, al 'n

heel eind verder was dan God. Dat was nooit erg geweest.

Straks zou ze wachten. Dan vond ze Hem weer. En zou ze

samen met God den verderen weg gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's

Studentenalmanak 1929 - pagina 157

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's