Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1929 - pagina 159

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1929 - pagina 159

2 minuten leestijd

MOEDER 143

woorden gesproken. Maar de begroeting duurde toch lang.

Heel lang. Haar ogen vroegen een stil en achter-af plaatsje.

Dat dit verstaan werd, stemde haar dankbaar.

— Was 't zo niet heel goed? Ze luisterde stil. Probeerde

met de anderen mee te komen. Dat was nog heel moeilik:

Ze moest eerst weer wennen aan den weg. En aan de men-

Sen. Aan alles. Maar 't zou wel leren. Ze glimlachte even:

Wanneer ze maar niet meer zo eenzaam was. Zat ze niet

hier, jtiist zo als de anderen? En luisterde ze niet zoals zij?

Het licht van de lamp viel toch ook op haar handen? Nu

ging ze weer tussen de anderen over den weg.

Ja, zó was het goed. Wanneer God nu zou komen, —

Kon ze maar omzien. Misschien was Hij er al, ergens, in

de verte. Maar dat durfde ze niet. Ze was bang om weer

achter te raken.

Maar zie — wanneer straks de deur open gaat en een

nieuwe gast naar binnen komt — wie is het? De bleke

man, dien ze zo goed kent? Haar metgezel van de dagen?

Vreemd. Niemand die opstaat om hem te begroeten. Zijn

gelaat is ook zo ernstig. Maar de handen zijn vriendelijk

naar haar uitgestrekt. Moet ze hem volgen? Ze weifelt. Wil

dan opstaan; ,,Ik moet gaan." Maar 't woord komt niet over

haar lippen. Ze blijft. Roerloos en angstig.

Als God nu kwam! Ze vreest zozeer deze ontmoeting,

dat ze omzien moet. Nadert Hij niet? In de verte? Zeker,

Hij is het. De bleke man ziet Hem ook.

Nu moet ze mee. Met de anderen mee. Ze heeft alles ver-

loren. Maar God mag niet aan haar voorbijgaan!

Maar als ze weer opziet, zijn de anderen ver vooruit-

gekomen. Ze hoort, uit de verte, hoe iemand 'n verhaal

vertelt van Egypte, 't Is een bereisd man. En hij vertelt

geestig. Er wordt telkens gelachen. Maar zij begrijpt niet

waarom, 't Verhaal is te moeilik voor haar. Ze moet ook

boven haar krachten vooruit! Er is pijn in haar ziel. Maar

ze gaat nog. De pijn groeit. Ze moet nog veel verder! —

Tot het uitbreekt als het tè zwaar is geworden: ,,0 God,

ik kän dit leven niet lopen!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's

Studentenalmanak 1929 - pagina 159

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1929

Studentenalmanak | 218 Pagina's